Afgang in Bergen

Op vijftienjarige leeftijd heb ik het dorp waar ik opgroeide tegen mijn wil verlaten.

Na het sluiten van onze kruidenierswinkel aan de Ruïnelaan in 1966 was het oorspronkelijke plan om in Bergen te blijven. Mijn vader had een stuk grond gekocht aan de Nesdijk. Na vele tekeningen kon eindelijk een ontwerp voor een splitlevel woning genade vinden in de ogen van de gemeente. Helaas, het mocht niet zo zijn. De gemeente stelde aanvullende eisen waar mijn vader niet aan wilde of kon voldoen. Inmiddels had hij een baan gevonden in Heiloo. Een verhuizing naar dit saaie dorp lag voor de hand. En zo geschiedde. Ik was heel graag in Bergen gebleven.

Maar goed, begin jaren negentig keerde ik terug in Bergen voor een voetbalwedstrijd van mijn zoon en zijn voetbalvrienden. Een hechte groep waar ik als voetbalvader samen met een aantal andere voetbalvaders graag mee optrok. Bij de meeste wedstrijden vanaf de F-jes tot en met de A-lichting was ik erbij.  Toen wij naar Bergen gingen speelde het elftal op B-niveau.

Ik had mij al weken verheugd op deze wedstrijd. Ik had verwacht oud-klasgenoten te treffen die als mede voetbalvader hun zonen zouden aanmoedigen. Helaas niets van dit al. Deze zaterdagochtend zou nog op een tweede teleurstelling uitlopen.

We reden naar het complex aan de Kerkedijk. Wij troffen die zaterdag echter een nagenoeg verlaten complex aan. Er werd die ochtend alleen de wedstrijd van B-tjes gespeeld. De kantine was met een beheerder en de jonge B-spelers van de plaatselijke club maar mager bezet. Geen supporters, geen meisjes die hun helden zouden aanmoedigen, geen vaders, moeders of grootouders. Helemaal niemand. De club had wel voor een scheidsrechter gezorgd. Dat heb ik geweten. Ik word weer kwaad als ik hier aan terugdenk.

De beste jongeman ontpopte zich als een thuisfluiter van het zuiverste water. Onze spelers ergerden zich duidelijk aan zijn partijdigheid. Toen een speler van Bergen mijn zoon ongenadig op de enkel tackelde en de scheidsrechter gewoon liet doorspelen werd het mij te gortig. De opgekropte ergernis, de teleurstelling en de schrik over de aanslag op mijn zoon kwam er in niet mis te verstane woorden uit. Mijn woorden droegen helaas ver op het stille complex.

null

De scheidsrechter legde het spel stil en kwam naar mij toe. Ik kan me zijn verbeten kop nog herinneren. Hij verzocht mij het veld te verlaten. Ik was verbijsterd. Rustig legde ik hem uit wat er gebeurd was maar hij was niet te vermurwen. Omdat ik voor de ogen van mijn zoon en zijn vrienden geen stennis wilde maken voldeed ik aan zijn verzoek. Aarzelend weliswaar. Toen ik halverwege naar de kantine omkeek had de jongeman het spel nog niet hervat. Pas toen ik uit het zicht verdwenen was, werd er doorgespeeld.

Toen ik laatst met mijn zoon uit eten was, vertelde hij mij dat dit voorval onderdeel is van de sterke verhalen die bij elk etentje met zijn voetbalvrienden van weleer opgedist wordt. Omdat ik al die jaren als een rustige voetbalvader langs de lijn van hun wedstrijden had gestaan, had het grote indruk op hun gemaakt.

Zij vonden het wel stoer.

Ik niet, ik vond het een pijnlijke afgang om het veld waar mijn zoon speelde niet uit vrije wil te verlaten. Het voelde weer toen ik als 15 jarige het dorp ook niet uit vrije wil verliet.

Room of pudding?

tompouce

Regelmatig heb ik mijn familie ervan moeten overtuigen dat tompouces gevuld worden met banketbakkersroom en niet met pudding. Pudding hoe verzinnen het! Hiermee probeerden mijn oudere broers mij op de kast te jagen. Voor de eerste keer werd ik hierdoor in mijn beroepseer aangetast.

Ik moest hier de afgelopen week aan denken toen Vroom & Dreesmann het landelijke nieuws domineerde. Mijn banden met dit warenhuis stammen uit de jaren zestig. Toen ik net zestien jaar was geworden ben ik bij Vroom & Dreesmann in dienst getreden als keukenhulpje. Het was mijn eerste baan met een echt loon.

Ik werd het hulpje van de ovenist. Hij zorgde dat alles gebakken werd. Koekjes in alle soorten en maten, cakes enzovoort. Ik moest de bakplaten schoonmaken en invetten. Ik kreeg ook de ondankbare taak om pannen en alle andere keukengereedschappen schoon te maken. Ik moest ook de lege flessen uit de lunchroom sorteren en opruimen. Later werden mijn taken uitgebreid. Slagroom kloppen en de spuitzakken daarmee vullen, softijs bereiden, vruchtencakes opmaken en de tompouces glaceren.

Ik herinner me vooral de wonderlijke bemensing van de keuken- en bakkersbrigade van zo’n twintig man. Als jongste bediende werd ik door hen natuurlijk geplaagd. Dat begon al in het omkleedlokaal waar mijn kleren werden verstopt. De ovenist, met de toepasselijke naam mijnheer Bakker, woonde bij mij in het dorp. Samen met hem fietste ik heen en terug naar de personeelsingang aan de Ridderstraat in Alkmaar. Hij voorzag mij tijdens die fietstochten van wijze raad en deelde met mij zijn ongenoegen over het gedrag van de andere brigadeleden.

Zo was daar Henk. Een simpele ziel die de hele dag uit volle borst de nummers van o.a. de Bee Gees zong. Of Gerard, die het achter zijn ellebogen had volgens mijnheer Bakker. Gerard werd later makelaar, dus dat zal wel geklopt hebben.

Ik herinner me ook Eddy. Eddy was net zo oud als ik. Hij stond hoger op de ladder omdat hij nog één dag in de week op de bakkersopleiding van de ambachtsschool zat. Tijdens een personeelsuitje hebben wij samen onze eerste dancing bezocht. Extase, de beruchte uitgaansgelegenheid aan de Bergerweg. Zijn moeder zwaaide de scepter in de afwaskeuken. In de zomerperiode werd zij geassisteerd door vakantiekrachten, meisjes van onze leeftijd. Zowel de meisjes als Eddy en ikzelf werden door de ouderen uitgedaagd om afspraakjes met elkaar te maken. Heel vervelend.

En dan was daar ook Henry. Met Henry had ik in het begin nauwelijks contact. Ik vond hem nogal hooghartig tegenover alle anderen en mijzelf. Hij had een bloedmooie vriendin, die ik hem door zijn gedrag eigenlijk misgunde. Later leerde ik hem beter kennen toen ik hem moest assisteren met het kerstgebak. Hij voorspelde me dat dit baantje me niet lang zou blijven boeien. Hij kreeg gelijk.

Maar mijn held was Peter. Hij had een eigen werkbank waar hij het korstdeeg maakte. Peter was een man van weinig woorden. Zwart achterover gekamd haar, strak in de brillantine en een dun Clark Gable snorretje. Zijn uiterlijk sprak meer dan hijzelf. Maar wat een vakman. Mijn voorliefde voor de tompouces is nooit meer overgegaan, mede dankzij Peter. Het lekkerste onderdeel vond ik de vulling, de banketbakkersroom.

Banketbakkersroom, crème pâtissière, vanillebanketbakkersroom of gele room is een gele vla-achtige room. Eclairs, Berlijnse bollen, tompouces, soezen, al deze bakkerijproducten zijn traditioneel opgevuld met banketbakkersroom. De bestanddelen van deze room zijn: melk (of room), eigeel, suiker en maïzena (of custardpoeder). Het is een bereiding die lijkt op vanillepudding, maar er worden meer eieren in verwerkt.

Hiermee heb ik de discussie met mijn eigenwijze broers in mijn voordeel beslecht. Het lijkt weliswaar op vanillepudding, maar ik herhaal, er worden meer eieren in verwerkt. Gelukkig voor mijn familie die elke week vele kisten met eieren leverde.

VenD

De toekomst van Vroom & Dreesmann zie ik somber in. Mijn laatste werkgever ING beslist, als betrokken financier, mee over het lot van de warenhuizen. Mijn eerste werkgever zal de verliezer zijn in deze overlevingsstrijd.

Gelukkig worden er bij de goede bakkers nog tompouces met echte banketbakkersroom gebakken.

Niet klagen maar dragen!

Featured image

Dit is een tegeltjeswijsheid uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Bij ons thuis hing een dergelijk Delfts blauw tegeltje aan de muur van de mooie kamer, waar wij alleen in het weekend verbleven. De boodschap was voor ieder van ons gezin duidelijk. Ik heb me wel eens afgevraagd of het bordje speciaal voor mijn moeder was aangeschaft. Geen rare gedachte. Ze heeft namelijk tien zwangerschappen gehad, waarvan negen voldragen. Een kind dragen zonder te klagen dat was de wens van de vader van de verwachte kinderen en van deze gedachte.

Het kan ook zijn dat mijnheer pastoor het ter aanmoediging aan ons heeft geschonken. Dit is bij nader inzien niet zo waarschijnlijk omdat de kerk toen al beter was in het ontvangen dan in het geven. Zo vond mijnheer pastoor het heel gewoon om tijdens etenstijd bij ons en bij veel andere gezinnen in ons mooie dorp op huisbezoek te komen. Hij at dan niet alleen een bordje mee, wat hem een maaltijd uitspaarde, maar hij kwam ook even polshoogte nemen of er al een nieuw katholiek zieltje in aantocht was. De wereld moest immers in de ogen van Heilige Stoel gekatholiceerd worden. Er werden grove middelen ingezet om deze beoogde overheersing te bereiken.

De druk uit de kerk ontnam onze ouders hun eigen beschikkingsrecht om hun gezin samen te stellen zoals ze dat zelf wilden. Veelvuldig werd angst als pressiemiddel gebruikt. Als je het woord van de kerk veronachtzaamde dan kwam je niet in de hemel. Je kon het woord van mijnheer pastoor niet naast je neer leggen. Deed je dit wel dan zouden hel en verdoemenis je deel worden.

Featured image

Het ging zo ver dat in veel katholieke kerken een heuse Mariakapel was ingericht. Zo ook in onze parochiekerk St.Petrus en Paulus te Bergen. Hier konden de alleenstaande maagden tot Maria bidden voor een geschikte partner (lees een toekomstige verwekker en vader). Samen met deze partner kon de maagd dan eindelijk voor de door mijnheer pastoor zo vurig gewenste kinderen zorgen. Ook vrouwen die niet zwanger werden konden zich tot Maria richten om vruchtbaarheid af te smeken. De vrouwen die pas zwanger waren geworden werden door mijnheer pastoor naar het Maria altaar gezonden om te bidden voor een succesvolle zwangerschap. Het zou mij niet verbazen als er een onderlinge competitie gaande was welke parochie de grootste aanwas realiseerde. Met een doos miswijn als bonus?

Als ik aan die tijd terugdenk ruik ik de 4711, de eau de cologne van Boldoot, gemaakt aan de Amsterdamse Haarlemmerweg. Boldoot was een zeer katholiek familiebedrijf. Het Keulse water van deze vrome familie zou goed zijn tegen hoofdpijn. Vrouwen gebruiken door de eeuwen heen hoofdpijnklachten om de echtelijke en pastoorlijke plicht uit te stellen. Een zakdoekje besprenkeld met 4711 tegen het voorhoofd aangedrukt was het subtiele teken dat o.a. mijnheer pastoor voorlopig niet aan zijn trekken zou komen.

Featured image

De vrouwen van toen hadden het veel lastiger en moeilijker dan het ongetwijfeld hardwerkende manvolk. Mijn moeder, onze moeder voor mijn talrijke meelezende broers en zussen, was hier geen uitzondering op. Met dien verstande dat zij wel een aantal privileges had bedongen. Ze beviel in Rosmade, een katholieke kraamkliniek waar ze ook aanvullend tien dagen weer op sterkte kon komen. Er was een inwonende huishoudelijke hulp en ze deed elke middag een dutje. Deze privileges waren geen overbodige luxe. Ze had het nodig om de consequenties van het “rijke roomse leven” te verdragen en te overleven. En dat is uiteindelijk gelukt. Vorig jaar is ze op 97 jarige leeftijd overleden.

De Bergense oliebollen van 1962

Featured image

De winter van 1962-1963 was de koudste van de afgelopen eeuw. We moeten zelfs terug naar de winter van 1829-1830 om een nog koudere tegen te komen. De winter van 1962-1963 kenmerkte zich door een extreem lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het goed gevroren. 

Mijn herinneringen aan deze koude periode beginnen half december. Door de verkennersgroep St. Lambertus, waar ik lid van was, werd ik met de andere groepsleden op pad gestuurd om van deur tot deur oliebollen te verkopen om de kas te spekken. Wij waren zelf het goede doel deze keer. 

Wij belden aan om de bestellingen op te nemen die wij dan op oudejaarsdag uit zouden leveren en afrekenen. Als ik toen van te voren geweten had wat mij op de dag van uitlevering te wachten zou staan, dan had ik me wel tweemaal bedacht. Ik had het mezelf weer eens moeilijk gemaakt om de westrand van het dorp te kiezen als mijn afzetgebied. Lange lanen met ver uit elkaar gelegen huizen. 

De hopman van de groep, beslist geen gekke gerritje, had prijzen in het vooruitzicht gesteld voor de beste verkopers. Van huis uit had ik meegekregen dat je voor alles wat je deed meer je best moest doen dan anderen om te slagen in het leven. Mijn ouders beoordeelden hun kinderen op hun bijdrage aan het geheel. Of het nu huiselijke klusjes waren of ons werk in de winkel, de kerk, de vereniging of in welk ander verband dan ook waar hun kinderen actief werden ingezet. 

Of je wilde of niet, je kon maar beter meer doen van wat er van je verlangd werd. En dat deed ik dan ook. Met mijn aantal bij elkaar gesprokkelde bestellingen behoorde ik tot de besten van de groep. Daar was ik best wel trots op. Tot de oudejaarsdag dat ik de bestelde oliebollen moest rondbrengen. 

Het was, net als de voorafgaande dagen, bitterkoud die maandag de laatste dag van 1962. Het vroor de hele dag. Er waaide een straffe oostenwind met venijnige windstoten. De gevoelstemperatuur was min 10 graden Celsius. De zon liet zich niet zien wat het er die dag niet beter op maakte. IJspegels aan de bomen en de goten maar de schoonheid van dit wintertafereel was niet aan mij besteed. Er lag al dagen verijst sneeuw waardoor het nauwelijks mogelijk was om te fietsen. De slee was daarom die dag mijn vervoermiddel om de oliebolbestellingen rond te brengen. Ik had mijn pyjamabroek onder mijn broek aangetrokken om de kou te weren. Rubber laarzen aan de voeten om niet uit te glijden met een paar extra sokken aan, zo moest ik er tegen kunnen. 

De oliebollen werden door de oudere jongens van de groep gebakken in de keuken van het Parkhotel van de familie Woudstra, op de hoek van de Breelaan en de Stationsweg. Er stonden grote pannen vet op het vuur waar het beslag met twee lepels in werd gedompeld. De ingrediënten zoals, bloem, eieren, gist, krenten, rozijnen, zout, en melk waren door de leiding van de verkenners bij de plaatselijke middenstand bij elkaar geschooid. Dat wij hiermee de plaatselijke bakkers oneerlijke concurrentie aandelen beste ik pas veel later. 

Het was goed toeven in de keuken. Het was er heerlijk warm en er was een gezellige sfeer onder elkaar. Regelmatig moest ik naar de keuken terugkeren om mijn voorraad van verse bollen gefrituurd gistdeeg weer aan te vullen. Op die momenten kon de kou in mijn 12 jarige lijf weer even verdwijnen. 

Mijn laatste levering, het was al donker en nog kouder dan overdag, was op de Eeuwigelaan. Ik was bekaf en liep op mijn laatste benen. Op één van de adressen werd ik binnen gevraagd om de bestelling af te rekenen. Ik kende het echtpaar omdat ik daar ook wel boodschappen afleverde uit onze kruidenierswinkel. Toen zij zagen hoe ik er aan toe was boden zij mij een warme kop thee aan. Op de terugweg, vlak bij de Kattenberg, ging ik uitgeput op mijn slee zitten. Ik heb gejankt van ellende. Maar ook van opluchting dat het volbracht was.  

Enkele weken later, 18 januari 1963 om precies te zijn, won Reinier Paping de twaalfde Elfstedentocht. Afzien en uitputting waren ook hier de sleutelwoorden van een helse tocht onder de meest extreme weersomstandigheden. Brrrr. 

Ik wens iedereen een mooie jaarwisseling.

 

Wat gebeurde er in het Bio-Vacantieoord?

Nog maar half zeven. De wekker gaat af. Een zilverkleurig wekker die opgewonden moest worden. Eén veer voor het uurwerk en één voor het weksysteem. Het laatste bestond uit twee bellen boven de klok gemonteerd. In het midden stak een tweezijdig hamertje uit de klok tussen de twee bellen. Als de ingestelde wektijd bereikt was ranselde het hamertje ongenadig de twee bellen. Het gaf een hels kabaal. Met een schuifje zette ik de wekker uit zo snel als ik kon zodat mijn mede gezinsleden door konden slapen.

Vlug eruit, aankleden, gezicht wassen met koud water. Haren nat maken en een kam er door halen. Keurige scheiding aan de zijkant en een kuif gemodelleerd zoals toen gebruikelijk was. Tandenpoetsen en ontbijt overgeslagen omdat ik nog naar de heilige mis moest om onder andere nuchter de hostie in ontvangst te nemen.

En kwartier later stond ik buiten in de vroege en nog kille ochtend. Op de te grote fiets met klossen op de pedalen naar het retraitehuis aan de Loudelsweg. Om zeven uur moest ik daar aanwezig zijn om met een pater van het retraitehuis of een kapelaan van de parochie St. Petrus en Paulus en met Maarten Min, mede misdienaar, met de auto te vertrekken naar Bergen aan Zee.

Elke zondag was het weer spannend welke kapelaan of pater zou opdagen om met ons misdienaars naar de kust af te reizen. Wij hadden zo onze favoriete chauffeur en celebrant. Hoe vroeg het ook was, ik genoot elke keer weer van deze route over de misschien wel mooiste weg van het land.

We reden de Zeeweg niet helemaal af tot aan de boulevard. Vlak voor het dorp sloegen we tweemaal rechtsaf om via een kronkelend pad naar het Russenduin, het hoogste duin van de omgeving, te rijden. Op de top van dit duin was het Bio-Vacantieoord gebouwd. 

Op 21 maart 1927 werd de Stichting Bio-Vacantieoord opgericht, “voor alle gezindten”, door de toenmalige Nederlandse Bioscoopbond. Dit gebeurde op initiatief van bioscoopexploitant Abraham Tuschinski en diens zwager Gerschtanowitz.

In de jaren 20 van de vorige eeuw kwamen steeds vaker goede doelen bij de bioscoop met de vraag of ze voor de deur mochten collecteren. Omdat het als onmogelijk werd ervaren om te bepalen welk goed doel wel en welk goed doel niet kon collecteren werd een eigen stichting in het leven geroepen.

Het doel was het opzetten van een vakantieoord voor kinderen wier ouders het niet zo breed hadden, de zogenaamde bleekneusjes. Deze bleekneusjes kregen vaak het doktersadvies om aan te sterken aan zee. (bron Google)

Featured image

De katholieke bleekneusjes moesten in die tijd verplicht elke week de heilige mis bijwonen. Zij kwamen eerst met de bus naar de parochiekerk in Bergen waar zij een zijbeuk aan de mannenkant vulden. Het was een heel gedoe. Er werd besloten de heilige mis voortaan in het vakantieoord zelf te vieren. Zodoende gingen wij gedurende een bepaalde periode westwaarts om de verbleekte jonggelovigen de heilige mis te brengen.

Na de mis werd er ontbeten. Wij, de misdienaars, schoven aan bij de bleekneusjes in de eetzaal. Altijd een gekookt ei erbij. De zware geur van de gekookte eieren is me altijd bijgebleven.

Featured image

Na het ontbijt konden Maarten en ik onze eigen gang gaan tot de pater of kapelaan ook klaar was met zijn ontbijt. De geestelijke van dienst ontbeet na de eucharistieviering met de directrice van het Bio-Vacantieoord in haar privévertrekken. Voor ons was het altijd een verrassing hoe lang het zou duren om weer te vertrekken. Wij vermaakten ons wel, binnen of buiten het karakteristieke gebouw. De uitzichttoren was favoriet bij ons. Een prachtig uitzicht door de duinen op de horizon van de Noordzee.

Het viel ons op dat onze wachttijden bij een bepaalde geestelijke langer duurden dan bij de anderen. Velen jaren later vernam ik dat deze geestelijke zijn celibataire staat had ingeruild voor de huwelijkse staat. En jawel, zijn bruid was de directrice van het Bio-Vacantieoord.

Het kan verkeren. Ook tussen geestelijken en directrices van bleekneusjes.

Rondbazuinen

Vlnr bovenrij; Jos van der Klundert, Ruud Leijen, Co van der Klundert, Gerard van der Idsert, Simon Bloedjes, middenrij; Koos Schekkerman, Gerard van den Bosch, Jaap Schekkerman, Harry Burgering, Wim van den Bosch, onderste rij; Paul Thomas, Koert Guermonprez, Frans Louter,  Nico Louter, Michiel Sprenger, Jacques Min, Dick van der Klundert en John van Galen (foto: Jacques Miltenburg)
Vlnr bovenrij; Jos van der Klundert, Ruud Leijen, Co van der Klundert, Gerard van der Idsert, Simon Bloedjes, middenrij; Koos Schekkerman, Gerard van den Bosch, Jaap Schekkerman, Harry Burgering, Wim van den Bosch, onderste rij; Paul Thomas, Koert Guermonprez, Frans Louter, Nico Louter, Michiel Sprenger, Jacques Min, Dick van der Klundert en John van Galen (foto: Jacques Miltenburg)

Deze prachtige foto van de verkennersdrumband ontving ik van mijn broer Nico. De drumband was een onderdeel van de katholieke verkennersgroep Sint Lambertus uit Bergen, aangevuld met enkele leden van de NPV, de openbare padvindersgroep. Met Nico en andere jongens speelde ik op de bazuin. Trommelen stond in mijn ogen in hoger aanzien maar dat lukte mij niet. Een motoriek dingetje denk ik, want (ahum) ritmegevoel had en heb ik nog steeds.

Maar denk nu niet dat bazuinblazen makkelijk is. Verre van dat. Heb je wel eens gehoord van embouchure? Een ingewikkeld proces van verschillende lichaamsfuncties. Wikipedia biedt uitkomst voor de geïnteresseerden onder ons.

Eerst moest ik oefenen op een limonaderietje om de ademsteun op te bouwen. Daarna mocht ik alleen oefenen met het mondstuk, wat een nasaal geluid voortbracht. Ik vond het een irritant  geluid. Maar na veel oefenen lukte het me steeds beter. Thuis hadden we een grote schuur waar ik zonder iemand tot last te zijn, kon rondbazuinen. Ik droomde er van om als solist de Taptoe te kunnen blazen bij de dodenherdenking.

Ook oefende ik populaire deuntjes zoals Il Silenzio van Nini Rosso. Een trompetsolo uit 1965 die wekenlang nummer 1 stond in de hitparade. Nini Rosso speelde het met een trompet, wat veel makkelijker is omdat hij 3 ventielen tot zijn beschikking had. Ik deed het alleen met mijn, ja daar is het mooie woord weer, embouchure.

Met de drumband traden we op tijdens plaatselijke feestelijkheden zoals Koninginnedag, Bevrijdingsdag en de Sinterklaasintocht. Ook deden wij wel aubades bij verjaardagen of jubilea van de hotemetoten van het dorp. Wij deden ook wel eens mee aan muziekconcoursen. Ik kan me herinneren dat wij één keer gewonnen hebben in Egmond.

Nadat ik op vijftienjarige leeftijd verhuisde naar een dorp aan de andere kant van de stad, heb ik mijn veelbelovende carrière bijna opgegeven. Ik heb het nog wel even geprobeerd bij de drumband aldaar. Ik kende daar echter niemand. Nico daarentegen heeft wel carrière gemaakt. Tijdens zijn diensttijd was hij lid van het Tamboerkorps van het Regiment van Heutsz. Hij heeft daardoor een bruin leven gehad en veel militaire evenementen opgeluisterd.

Maar niet getreurd, met het schrijven van verhaaltjes heb ik een nieuwe passie gevonden en ga ik lekker door met rondbazuinen……..zonder toeter.

Uw liefhebbende E.

Dromenlaantje
Dromenlaantje

L.S.

Heden alhier in welstand aangekomen. Alles wel.

Hartelijke groet,

Uw liefhebbende E.

Deze plechtstatige tekst, geschreven in mooi schoonschrift, stond op de achterkant van een ansichtkaart welke geadresseerd was aan de familie Franken uit Harderwijk. De kaart was volgens de poststempel verzonden op 30 september 1952.

De afzender van de ansichtkaart was hun 19 jarige dochter Emma. Aan de voorkant van de ansichtkaart was een foto afgebeeld van het Dromenlaantje in Bergen.

Emma had de kaart met zorg uitgekozen bij de sigarenzaak aan de overkant van de bakker, waar ze dagelijks het brood haalde voor de familie L. waar zij als inwonend dienstbode werkte.

Ze was na een vakantie van 10 dagen bij haar eigen stijf gereformeerde familie voor het tweede jaar weer terug in haar dienstbetrekking bij de familie L.

Tijdens haar vakantie had zij aan tafel honderduit gesproken over Bergen en over haar omgang met Joop, haar tijdelijke buurjongen.

Het was begonnen met een praatje in de steeg waar ze beiden woonden. Daarna kwamen ze elkaar tegen in het dorp. En een paar maanden geleden hadden zij met elkaar gedanst na een voorstelling van de katholieke toneelvereniging St. Jan. De familie L., katholiek net als hun buurjongen Joop, had kaarten gekocht om de vereniging te ondersteunen.

Na de dansavond volgde op haar vrije zondagmiddagen wandelingen in het bos van Bergen. Haar favoriete wandeling voerde langs het Dromenlaantje. De naam voelde voor haar romantisch en volstrekt passend. Het zonlicht speelde voortdurend door het uitbundige groen wat bij Emma een nog intenser geluksgevoel teweeg bracht.

Nadat de wandelingen toenamen en de omarmingen steviger droomden Emma en Joop over hun toekomst. Mooie dromen die geen grenzen kenden.

Maar och armen, het sterk verzuilde Nederland waarbij tussen twee geloven op één kussen de duivel sliep, maakte het hen niet makkelijk.

De familie Franken heeft zich lang verzet tegen de verkering van Emma en Joop. Uiteindelijk deed Joop belijdenis in het Witte Kerkje van de gereformeerde gemeente waardoor het gedroomde huwelijk alsnog kon plaatsvinden.

Vorige maand ontving ik, als kind van de familie L., een uitnodiging voor hun 60 jarig huwelijksfeest. Voordat ik naar de feestzaal ging, heb ik een mooie wandeling gemaakt door Bergen waarbij het Dromenlaantje niet ontbrak op mijn route.