De Javaanse jongens

javaanse jongens 2

Tijdens een groot deel van mijn leven heb ik een pakje Javaanse Jongens Tembaco bij de hand. Ik rook shag, nog steeds en tegen beter weten in. Ik weet het.

Wel heb ik mijn rookgedrag gewijzigd. Van een stevige roker ben ik een gematigde en zeer gedisciplineerde roker geworden. Nu de kinderen de deur uit zijn heb ik zelfs een eigen rookkamer waar ik geniet van de middelzware shag van Theodorus Niemeyer.

Mijn rookgedrag is echter niet de aanleiding tot dit stukje. Dat zijn de Javaanse Jongens zelf, zoals ze hier op de verpakking staan afgebeeld.
Het viel me laatst op dat de jongens op de verpakking wel erg op The Blue Diamonds lijken. The Blue Diamonds was een Nederlands zangduo bestaande uit de broers Riem en Ruud de Wolff.

De broers, van Indisch-Nederlandse afkomst, braken in 1960 door met de wereldwijde hit Ramona.

The-Blue-Diamonds

Als je de foto van dit vermaarde duo met de afbeelding op het pakje Javaanse Jongens vergelijkt dan zie je een zekere gelijkenis.  Toeval? Ik denk het niet. Daarom ben ik op onderzoek uitgegaan. Het zijn tenslotte een paar vrienden geworden waarvan ik hun beeltenis al jaren bij me draag.

Ruud en Riem zijn in 1949 met hun ouders uit Nederlands—Indië naar Nederland gekomen. Zij waren toen 6 en 8 jaar oud. Mijn eerste gedachte dat zij in Indië getekend zijn voor de verpakking van mijn favoriete shag gaat dus niet op. De jongens op de tekening zijn naar mijn eigen inschatting tussen de 16 en 18 jaar. Natuurlijk, het kunnen ook andere jongens geweest zijn die door de tekenaar zijn vastgelegd.

Ik vermoed dat het toch Ruud & Riem waren. De broertjes woonden in Driebergen en dat was ook de woonplaats van Piet Herfst, talentenscout van een bekend platenlabel.

Ruud & Riem zijn beiden gitaar gaan spelen om meer kans te maken bij de meisjes. Zij zongen in hun vroege tienerjaren op schoolfeesten in bandjes als The String Extase Boys en The Cool Cats. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van The Everly Brothers.

Herfst bezocht af en toe hun optredens om hun ontwikkeling te volgen. Op een keer werd hij vergezeld door zijn vrouw Tineke, die erg gecharmeerd was van de zonen van de Gordel van Smaragd. Nu wil het geval dat Egbert, de broer van Tineke, op zoek was naar twee Javaans uitziende jongens.

Egbert werkte op een reclamebureau waar de tabaksproducent Theodorus Niemeyer een grote klant was. Om een lang verhaal kort te maken, de jongens werden benaderd om te poseren voor de afbeelding die tot nu toe nog steeds gebruikt wordt.

Tijdens de poseer—sessies die in het Tropenmuseum werden gehouden leerde Piet Herfst de jongens beter kennen. Hij adviseerde hen het nummer Ramona op te nemen. Een wals die als titelsong geschreven was voor een gelijknamige film uit 1928.

De broers die zich een Rock & Roll imago hadden aangemeten vonden het maar niks. Ze hebben zich laten overhalen. De rest is geschiedenis. Maar nu met de wetenschap dat zij als Javaanse Jongens zijn ontdekt. En daarna pas wereldfaam verwierven met Ramona.

Of…. is het toch anders gegaan?

Uw liefhebbende E.

Dromenlaantje
Dromenlaantje

L.S.

Heden alhier in welstand aangekomen. Alles wel.

Hartelijke groet,

Uw liefhebbende E.

Deze plechtstatige tekst, geschreven in mooi schoonschrift, stond op de achterkant van een ansichtkaart welke geadresseerd was aan de familie Franken uit Harderwijk. De kaart was volgens de poststempel verzonden op 30 september 1952.

De afzender van de ansichtkaart was hun 19 jarige dochter Emma. Aan de voorkant van de ansichtkaart was een foto afgebeeld van het Dromenlaantje in Bergen.

Emma had de kaart met zorg uitgekozen bij de sigarenzaak aan de overkant van de bakker, waar ze dagelijks het brood haalde voor de familie L. waar zij als inwonend dienstbode werkte.

Ze was na een vakantie van 10 dagen bij haar eigen stijf gereformeerde familie voor het tweede jaar weer terug in haar dienstbetrekking bij de familie L.

Tijdens haar vakantie had zij aan tafel honderduit gesproken over Bergen en over haar omgang met Joop, haar tijdelijke buurjongen.

Het was begonnen met een praatje in de steeg waar ze beiden woonden. Daarna kwamen ze elkaar tegen in het dorp. En een paar maanden geleden hadden zij met elkaar gedanst na een voorstelling van de katholieke toneelvereniging St. Jan. De familie L., katholiek net als hun buurjongen Joop, had kaarten gekocht om de vereniging te ondersteunen.

Na de dansavond volgde op haar vrije zondagmiddagen wandelingen in het bos van Bergen. Haar favoriete wandeling voerde langs het Dromenlaantje. De naam voelde voor haar romantisch en volstrekt passend. Het zonlicht speelde voortdurend door het uitbundige groen wat bij Emma een nog intenser geluksgevoel teweeg bracht.

Nadat de wandelingen toenamen en de omarmingen steviger droomden Emma en Joop over hun toekomst. Mooie dromen die geen grenzen kenden.

Maar och armen, het sterk verzuilde Nederland waarbij tussen twee geloven op één kussen de duivel sliep, maakte het hen niet makkelijk.

De familie Franken heeft zich lang verzet tegen de verkering van Emma en Joop. Uiteindelijk deed Joop belijdenis in het Witte Kerkje van de gereformeerde gemeente waardoor het gedroomde huwelijk alsnog kon plaatsvinden.

Vorige maand ontving ik, als kind van de familie L., een uitnodiging voor hun 60 jarig huwelijksfeest. Voordat ik naar de feestzaal ging, heb ik een mooie wandeling gemaakt door Bergen waarbij het Dromenlaantje niet ontbrak op mijn route.

Tante Julia

Ja, tante Julia ik lijk al weer veel ouder,
Ik speel piano als u wil
Maar haal uw borsten van m’n schouder.

tante-juliaZo’n tante, bezongen door Boudewijn de Groot op de tekst van Lennaert Nijgh kennen wij allemaal wel in onze familie. De tante die je altijd weer tegenkomt bij belangrijke gebeurtenissen, als bruiloften, geboorten en jubilea. Maar ook bij droevige gelegenheden zoals begrafenissen en crematies.

Zo’n tante had ik ook. Voor dit verhaal zal ik haar maar tante Julia blijven noemen.

Tante Julia was een flapuit. Ik herinner me het verhaal dat ze eens vertelde nadat ze buikgriep had gehad. Ze had een wind gelaten en wat denk je: “een hele landkaart in haar broek”.

Ze rookte sigaren en dronk op zijn tijd jonge jenever waardoor ze nog meer op haar praatstoel zat.

Ze was getrouwd met oom Bart. Hij stond in haar schaduw. Een bangige man die elke volgende dag vreesde. Maar zonder hem kon tante Julia niet zijn wie ze was geworden. Elke ster heeft nu eenmaal een bleke entourage nodig om te kunnen schitteren.

Bij elke gelegenheid waar zij zich liet zien, en dat was dus altijd, bracht zij haar mening ter berde. Ze vond dat ze overal verstand van had. Ze was de Johan Cruyff van de familie, zeg maar.

Dat leidde bij haar schoonfamilie tot scheve gezichten, terwijl zij al niet mooi van zichzelf waren. Tante Julia voelde deze wrevel als een hinderlijke belemmering om te kunnen schitteren bij de familiesamenkomsten.

Ze werd dan recalcitrant en zelfs een tikkeltje vilein. Ze provoceerde de “koude kant” door, weliswaar in bedekte termen, haar minachting voor hen te laten blijken.

Nu is het ook wel zo dat deze tak van de familie weinig bij te zetten had.

Ze bemoeide zich ook met mij. Ze had altijd goedbedoelde raad die ik al lang niet meer serieus nam. Vaak onderstreepte ze haar mening met een spreuk of een gezegde. Zoals: “het leven is een schouwtoneel en ieder pakt zijn eigen deel”.

In het pakken van haar deel was tante Julia bepaald niet bescheiden. Ze vond dat vanzelfsprekend zonder te beseffen dat er voor anderen daardoor minder overbleef.

Tja….

Wil je reageren op dit bericht, scroll dan helemaal naar beneden. Wil je het bericht delen op je eigen site, gebruik dan één van de knoppen. Je kan het bericht ook waarderen door de sterren aan te klikken. Liken kan ook. Zie maar. Elke vorm van reageren wordt door mij hogelijk gewaardeerd.

Is het niet te duur?

foto (2)

“Is het niet te duur?” vroeg Jasmijn (15) aarzelend aan haar moeder. Die haalde haar schouders op en zei dat het haar prachtig stond.

Ze waren samen in het warenhuis bij de afdeling bijouterie. Het kettinkje dat ze samen hadden uitgezocht was ècht mooi. Het stond haar leuk en op het schoolplein zou ze hier goede sier mee maken.

Tja, ze had eigenlijk op school moeten zijn. Ze deed het derde jaar VWO. Dat ging haar gelukkig goed af. Ze kon wel een lesdag missen.

In de “liefde” ging het haar minder goed af.

De voorgaande vrijdag was zij naar een groot feest geweest. Haar vader had haar weggebracht en kwam haar om twaalf uur precies weer op halen.

De avond kwam langzaam op gang. De jongens die aanwezig waren vielen tegen. Ruim over elven werd ze benaderd door een leuke krullenbol.

Hij vroeg haar ten dans en samen maakten ze er wat van. Na een paar nummers gedanst te hebben gingen ze wat drinken. Ze raakten in gesprek en hij werd steeds leuker. Ze had de indruk dat dit wederzijds was.

Maar helaas, de wijzers van de klok gingen steeds sneller naar de twaalf. Ze moest gaan. Haar vader was onverbiddelijk op dit punt.

De krullenbol liep met haar mee naar de garderobe. Ze maakten al lopend de afspraak dat ze elkaar de volgende dag op de markt zouden ontmoeten om wat te drinken. Haar vader wachtte op de stoep toen ze elkaar gedag kusten.

De volgende dag stond ze op het afgesproken uur op de markt. De krullenbol liet zich niet meer zien. Na een half uur gaf ze het op en ging met een verslagen gevoel weer terug naar huis. Het werd geen leuk weekend. Na veel chagrijn vertelde ze haar moeder dat de krullenbol niet was komen opdagen.

De moeder van Jasmijn vond het kettinkje niet te duur. Haar was hetzelfde overkomen en toen was zij ook ontroostbaar geweest.

Als vader van twee dochters met de nodige ludduvuddu achter de rug begrijp ik nu pas dat ik de moeder van Jasmijn toen niet zo had mogen laten zitten.

Ik heb daar spijt van.

De chaperonne

chaperonne

Daar zat ik in de zomer van 1969 met haar op het strand. Nee, ze was geen Sophia Loren want die heeft geen snor. En deze chaperonne wel. Ook uit haar oren groeide haar en ze had een kleine donkere moedervlek naast haar linkeroog. Ze was ook een tikkeltje, nou zeg maar 2 tikkeltjes te zwaar.

Deze Pasqualina was de tante van Cipriana waarmee mijn vriend uitbundig in zee lag te spartelen. Ik heb deze namen onthouden omdat Pasqualina de namen met een breinaald in het zand had geschreven. Ja, ze had haar breiwerkje meegenomen naar het strand.

Het strand was het strand van San Remo. Een prachtige kustplaats aan de Middellandse Zee en bekend van de wielerklassieker Milaan—San Remo.

Mijn vriend en Cipriana gingen ook wandelen en daar slofte ik met Pasqualina achteraan. Vooral de pantoffelparade was populair bij Cipriana en mijn vriend.

Tijdens de pantoffelparade wordt er vooral door jonge mensen geflaneerd. Zien en gezien worden was toen ook al belangrijk. En ik maar meelopen achter het verliefde stelletje aan. Ik voelde me steeds ongemakkelijker met Pasqualina aan mijn zijde tussen al die mooie jonge mensen.

Bovendien was het fnuikend voor mijn ego. Ik had mijn kansen op de meisjesmarkt hoger ingeschat. Bij de vakantievoorpret had ik gedroomd van stranden vol bella ragazze. Ik had me de eerste dagen van onze vakantie heel anders voorgesteld.

Tijdens onze ongemakkelijke ‘oppasmiddagen’ op het strand wilde ik de sleur wel eens doorbreken door een flesje campari soda aan de strandkiosk te kopen voor tante Pasqualina  en mijzelf. Ze glimlachte me dan toe op een wat flirterige manier waardoor ik mij nog ongemakkelijker voelde.

Ik stelde me voor dat ze voor het krieken van de dag op de visfabriek werkte om de vers gevangen vis schoon te maken, tussen de ruwe en arrogante Italiaanse mannen die haar geen blik waardig gunden. En dan ook nog chaperonneren voor een jonger nichtje die veel meer kans maakte op de huwelijksmarkt dan zij. Ik had  daarom wel een beetje met haar te doen.

Maar misschien was het voor haar wel leuk om een paar middagen en avonden door te brengen met een frisse, blauwogige jongeman.