Afgang in Bergen

Op vijftienjarige leeftijd heb ik het dorp waar ik opgroeide tegen mijn wil verlaten.

Na het sluiten van onze kruidenierswinkel aan de Ruïnelaan in 1966 was het oorspronkelijke plan om in Bergen te blijven. Mijn vader had een stuk grond gekocht aan de Nesdijk. Na vele tekeningen kon eindelijk een ontwerp voor een splitlevel woning genade vinden in de ogen van de gemeente. Helaas, het mocht niet zo zijn. De gemeente stelde aanvullende eisen waar mijn vader niet aan wilde of kon voldoen. Inmiddels had hij een baan gevonden in Heiloo. Een verhuizing naar dit saaie dorp lag voor de hand. En zo geschiedde. Ik was heel graag in Bergen gebleven.

Maar goed, begin jaren negentig keerde ik terug in Bergen voor een voetbalwedstrijd van mijn zoon en zijn voetbalvrienden. Een hechte groep waar ik als voetbalvader samen met een aantal andere voetbalvaders graag mee optrok. Bij de meeste wedstrijden vanaf de F-jes tot en met de A-lichting was ik erbij.  Toen wij naar Bergen gingen speelde het elftal op B-niveau.

Ik had mij al weken verheugd op deze wedstrijd. Ik had verwacht oud-klasgenoten te treffen die als mede voetbalvader hun zonen zouden aanmoedigen. Helaas niets van dit al. Deze zaterdagochtend zou nog op een tweede teleurstelling uitlopen.

We reden naar het complex aan de Kerkedijk. Wij troffen die zaterdag echter een nagenoeg verlaten complex aan. Er werd die ochtend alleen de wedstrijd van B-tjes gespeeld. De kantine was met een beheerder en de jonge B-spelers van de plaatselijke club maar mager bezet. Geen supporters, geen meisjes die hun helden zouden aanmoedigen, geen vaders, moeders of grootouders. Helemaal niemand. De club had wel voor een scheidsrechter gezorgd. Dat heb ik geweten. Ik word weer kwaad als ik hier aan terugdenk.

De beste jongeman ontpopte zich als een thuisfluiter van het zuiverste water. Onze spelers ergerden zich duidelijk aan zijn partijdigheid. Toen een speler van Bergen mijn zoon ongenadig op de enkel tackelde en de scheidsrechter gewoon liet doorspelen werd het mij te gortig. De opgekropte ergernis, de teleurstelling en de schrik over de aanslag op mijn zoon kwam er in niet mis te verstane woorden uit. Mijn woorden droegen helaas ver op het stille complex.

null

De scheidsrechter legde het spel stil en kwam naar mij toe. Ik kan me zijn verbeten kop nog herinneren. Hij verzocht mij het veld te verlaten. Ik was verbijsterd. Rustig legde ik hem uit wat er gebeurd was maar hij was niet te vermurwen. Omdat ik voor de ogen van mijn zoon en zijn vrienden geen stennis wilde maken voldeed ik aan zijn verzoek. Aarzelend weliswaar. Toen ik halverwege naar de kantine omkeek had de jongeman het spel nog niet hervat. Pas toen ik uit het zicht verdwenen was, werd er doorgespeeld.

Toen ik laatst met mijn zoon uit eten was, vertelde hij mij dat dit voorval onderdeel is van de sterke verhalen die bij elk etentje met zijn voetbalvrienden van weleer opgedist wordt. Omdat ik al die jaren als een rustige voetbalvader langs de lijn van hun wedstrijden had gestaan, had het grote indruk op hun gemaakt.

Zij vonden het wel stoer.

Ik niet, ik vond het een pijnlijke afgang om het veld waar mijn zoon speelde niet uit vrije wil te verlaten. Het voelde weer toen ik als 15 jarige het dorp ook niet uit vrije wil verliet.

Dichtbij huis, trouw en ontrouw.

Nienke (2)
“Dichtbij huis” tekening gemaakt door kleindochter Nienke (5 jaar).

Dichtbij huis bedoel ik heel letterlijk. Het gaat over mijn huisarts, mijn tandarts en de autogarage. Maar het is ook een verhaal over trouw en ontrouw.

De laatste tijd zoek ik zoveel mogelijk onderhoudszaken waar ik de deur voor uit moet dichter bij huis.

Het begon met mijn huisarts Piet. Hij was mijn huisarts toen ik op kamers woonde in Haarlem-Zuid. Piet is van mijn leeftijd en heeft een vergelijkbaar gezin. Onze levensfases verliepen nagenoeg synchroon. Er was een klik tussen ons waardoor Piet niet alleen medische hulp verleende aan mijn gezinsleden en mij maar ook een vertrouwensman werd. Zijn bescheidenheid en ongeveinsde belangstelling zorgde er voor dat ik hem trouw bleef nadat ik een aantal keren verhuisde binnen Haarlem.

Toen werd Piet ernstig ziek en moest hij zijn praktijk noodgedwongen overdragen aan een collega. Ik heb het nog geprobeerd met deze beste man maar het vlotte niet tussen ons. Vervolgens heb ik een nieuwe huisarts op loopafstand van ons huis gezocht en gevonden. Het onderlinge vertrouwen wat ik inmiddels met hem heb gaat niet zo diep als ik dat met Piet had. Maar het is goed genoeg.

Daarna ben ik mijn autodealer ontrouw geworden. Ik heb altijd het onderhoud aan mijn auto’s door de dealers laten doen. Van Fiat, Volkswagen, Opel, Toyota en Honda is dat altijd redelijk goed gegaan. Maar het brengen en ophalen werd mij te veel gedoe. Ik heb uitgekeken naar een garage nabij huis. Twee straten verder is er één gevestigd maar ontbeert een vertrouwenwekkende uitstraling. Ik heb wel eens last van vooroordelen, dat klopt. Uit gemakzucht ben ik daar deze keer overheen gestapt. De eerste onderhoudsbeurt is inmiddels achter de rug en ik ben zeer tevreden over de uitvoering en de prijs. Dit had ik eerder moeten doen.

Tot slot ben ik van tandarts veranderd. Dit was niet makkelijk. Ik heb zojuist mijn afscheidsbrief aan haar op de post gedaan. Ik heb haar geschreven dat het voor mij voelt als een beetje vreemdgaan. Zij was altijd heel belangstellend naar het wel en wee van mijn dierbaren en mijzelf. Ze vertelde zelf ook altijd met veel trots over haar gezin waardoor het vaak leek alsof haar werkzaamheden in mijn mond bijzaak leken.

Het is nu wel even wennen met mijn nieuwe tandarts. Ook een vrouw. Ze is pas afgestudeerd. Bij de eerste de beste behandeling raakte zij gefrustreerd toen het minder voorspoedig verliep dan zij had verwacht. Ik had met haar te doen ook omdat zij hier heel open over was. Ik heb altijd al een zwak gehad voor mensen die zich kwetsbaar durven op te stellen. Aan het begin van mijn professionele leven heb ik ook de nodige fouten gemaakt om uiteindelijk beter te worden. Ik koester de gedachte dat ik haar help om een betere tandarts te worden. Dat schept een band voor toekomstige afspraken.

Ik heb het dichtbij gezocht en ook dichtbij gevonden. Maar ik zal mijn voormalige arts en tandarts nooit vergeten. Zij waren een deel van mijn leven in de jaren die voorbij zijn gegaan.

De verdwijnin​g van Katootje

Deze gedenkwaardige dag, 1 december 1977, begon ik in de veronderstelling dat ik me ongewild te kijk zou zetten voor alle NMB directeuren van Nederland. Zie hiervoor mijn verhaal van vorige week, d.d. 28 maart 2014.

“Kas moet kloppen, kas moet kloppen” moest ik zingen. Op de aangepaste tekst van “ik ben met Katootje naar de Botermarkt gegaan”.

De natuur bespaarde me gelukkig deze vernedering. Ineke was ruim 8 maanden zwanger van ons eerste kind.

foto van internet
foto van internet

Zonder dat ik wist welk geluk mij deze dag ten deel zou vallen ging ik ’s morgens vroeg de deur uit naar de NMB Bank Bloemendaal, waar ik kort daarvoor benoemd was tot beheerder.

Nadat ik de kluizen had geopend en koffie had gezet in het kleine keukentje begon ik aan mijn werkdag.

Rond half elf belde ik Ineke hoe het gegaan was. Zij zou die ochtend met een ook zwangere vriendin spullen ophalen bij de kruisvereniging. Klossen voor onder het bed en dat soort zaken.
Ze was nog niet gegaan vertelde ze me, ze had last van haar benen.
Rond half twee belde ze me zelf met de boodschap dat ze dacht dat de weeën begonnen waren. Ruim 2 weken voor de uitgerekende datum.

Ik belde de voorzitter van de personeelsvereniging om hem te laten weten dat de directeuren het zonder “hoofdkassier” moesten stellen. Ik was opgelucht dat ik niet kon meedoen. Van het ene moment op het andere moment was al mijn zorg gericht op onze aanstaande gezinsuitbreiding.

Als een speer ging ik naar huis. We besloten naar de verloskundige te gaan die een paar centimeter ontsluiting vaststelde. Het was echt begonnen. Op de terugweg naar huis kochten we postzegels voor de geboortekaartjes en haalden we alsnog de spullen op bij de kruisvereniging.

Ineke ging naar bed om te rusten en de volgende weeën op te vangen. Ik ging naar de keurslager en bestelde daar de beste biefstuk die voorradig was. Een rib uit mijn lijf. Voor mijn Eva was mij echter niets teveel.

Tot mijn teleurstelling had zij geen trek. Gijs onze poes heeft die dag heerlijk gegeten. Dat verdiende het arme beest ook wel omdat zijn territorium binnenkort bedreigd zou worden door onze Benjamin.

Rond acht uur die avond vertrokken wij naar het ziekenhuis. Om de spanning te verminderen stelde ik Ineke voor om net te doen alsof we op schoolreisje zouden gaan.
Ik veronderstelde een gelijke gezonde spanning voor de gebeurtenis die we tegemoet gingen. Bij Ineke is dat niet zo overgekomen omdat zij al haar aandacht nodig had voor het opvangen van de weeën.

Het “schoolreisjegevoel” heb ik zelf wel vast kunnen houden. Daarna ging het allemaal zo snel dat er geen tijd was om ons erg veel zorgen te maken. Tien over half negen was hij daar, onze zoon Jorn.

Op het moment dat Jorn met de navelstreng nog vast op Ineke haar borst werd gelegd, was ik diep ontroerd. Daarna mocht ik de navelstreng doorknippen en toen voelde ik mij heel bewust verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van dit kleine ventje. Onze zoon.

Elke 1 december wordt door ons gevierd als de geboortedag van Jorn. Katootje verdween naar de achtergrond. Tot ik kortgeleden het liedje weer over de radio hoorde en de herinnering aan haar weer bovenkwam.

Katootje

"kas moet kloppen, kas moet kloppen"
“kas moet kloppen, kas moet kloppen”

Dit verhaal speelt zich af op 1 december 1977.

Deze koude en geheel bewolkte dag zou een gedenkwaardige donderdag worden. Het eerste kabinet van Agt was in de maak. Vader Abraham stond nummer 1 in de top 40 met het Smurfenlied. Maar niet dit lied had deze dag mijn belangstelling.

Mijn lied ging die dag over Katootje. “Katootje, zij kon alles maken wat zij wou”.

Op deze tekst hadden de leden van de personeelsvereniging van de NMB denkt met u mee, waaronder ik, zei de gek, een eigen versie gemaakt. Deze versie maakten wij om de viering van het 50 jarig bestaan van de NMB op te luisteren.

Maandenlange voorbereiding. Al zwoegend schreven wij de tekst. De rollen werden verdeeld. Daarna konden wij de uitvoering oefenen in de personeelskantine, met veel te veel slechte koffie.

Bram van de postkamer, amateur toneelregisseur in zijn vrij tijd, had uiteraard de regie. Ruud, voormalig gitarist, zorgde voor de muziekband bij een bevriende soundstudio. Harry,de voorzitter van de personeelsvereniging keek of alles goed ging. Hij stuurde bij daar waar hij dat nodig vond. En dat was veel. Zowel voor hem als ook voor ons was dit erg vermoeiend. Dertig jaar later zou er beslist een diagnose ADHD bij hem gesteld zijn.

Een meer dan geslaagde uitvoering was het resultaat van onze inspanningen. Ik had de rol van hoofdkassier en had “kas moet kloppen, kas moet kloppen” als uitdagende tekst. Alle medewerkers en hun partners waren enthousiast en ook onze directeur. De man wilde daarom dat wij de landelijke directeurenbijeenkomst met een optreden zouden verrassen. Tussen de soep en het pasteitje door zouden wij ons Katootje opvoeren. De directeur was een ouderwetse en autoritaire man waar het moeilijk nee tegen zeggen was.

Eerlijk gezegd was ik niet zo blij met zijn idee. Ik schaamde me een beetje voor mijn rol in dit gezelschap. Ik vond het een beetje kinderachtig gedoe. Ik deed mee omdat het me een goede manier leek om mij, als betrekkelijke nieuwkomer, van mijn collegiale kant te laten zien.

Op de ochtend van 1 december 1977 stapte ik mijn splinternieuwe leaseauto in met de veronderstelling dat ik na de sluiting van de kluizen en de deuren van de bank meteen zou doorrijden naar Amsterdam. Op weg naar ons “optreden” voor alle NMB directeuren van Nederland. Ik zag er als een berg tegenop.

Gelukkig zou ik die dag Amsterdam niet bereiken. De natuur greep in. Nou ja, Ineke en ik hebben wel enige invloed gehad op deze wending van de natuur.

Volgende week deel 2 van dit verhaal. Kijk dan op mijn site franslouter.com of nog beter, meld je aan met je mailadres op de site zodat je geen enkel nieuw verhaal meer hoeft te missen. Klik hiervoor de “Volg button” aan rechtsonder aan de site.

Tot volgende week.

Pellè scoort 1—0 tegen Ajax‏

pelle

Woensdag 22 januari is het weer zover. Tijdens de kwartfinale om de KNVB beker wordt de strijd der giganten gespeeld in de Arena.

De a.s. klassieker zal echter voor mij minder spannend zijn dan ik gewend ben. De uitslag staat immers al vast. Althans volgens mijn oudste kleinzoon.

U denkt dat hij Feyenoordsupporter is net zoals zijn vader en zijn opa? Eerlijk gezegd had ik dat ook verwacht. Maar nee, hij is Ajaxsupporter. Sapperdeflap.

Het helpt niet dat hij in de omgeving van de familie van zijn moeder gevoed wordt door het Ajaxvirus.

Het virus wordt voornamelijk doorgegeven door de mannelijke tak van deze familie. De opa, de oom en vooral de neven.

En virussen zijn moeilijk te bestrijden. Ik heb het een paar keer geprobeerd bij onze getroffen kleinzoon. Maar helaas. Het bleek ijdele hoop.

Maar er heeft zich onverwacht een wonder voltrokken. Tot mijn verrassing en tot verrassing van de hele omgeving van mijn geliefde kleinzoon.

Niet ik of zijn eigen Pa, maar de Italiaan Pellè heeft de tijdelijke inkeer mogelijk gemaakt.

pelle2

Eén van de vele kwaliteiten van mijn kleinzoon is dat hij kracht herkent. Zelf is hij namelijk ook een speler die veel power in zijn spel legt. En net als Pellè is hij in staat om meestal de juiste oplossing voor elke spelsituatie te kiezen. En hun eigenzinnigheid brengen ze met een onweerstaanbare charme.

Hij vindt het jammer dat Pellè niet voor Ajax speelt. Hij zou daar goed passen, denkt hij. Op dat punt moet ik hem gelijk geven. Ajax zou zoveel beter zijn met Pellè. Elke voetballiefhebber begrijpt dat.

Maar dat zal gelukkig niet gebeuren. Pellè speelt voor de club met het mooiste stadion van Nederland. En ook voor de club met de beste supporters van Nederland.

Diegenen die twijfelen of mijn kleinzoon de overwinning van Feijenoord wel goed voorspeld heeft, verwijs ik graag naar bovenstaande tekening.

De tekening ontving ik van hem ter gelegenheid van mijn verjaardag. Af en toe denk ik dat mijn kleinzoon mij deze overwinning wel gunt. Zijn club is al zo vaak de overwinnaar geweest. Ik vind het goed.

De intentie van deze gever is onbetaalbaar.

Wie schrijft die blijft.

NoahZowel in mijn professionele als ook in mijn vrijwilligersleven nam ik graag de functie van notulist op mij. Nou ja, graag? Het was natuurlijk veel werk. Meestal in mijn vrije tijd of in de onbetaalde overuren zat ik te zwoegen om alle gemaakte afspraken netjes op papier te zetten.

Het zal wel voortgekomen zijn uit een controlebehoefte, hoor ik de pseudo-pschygologen onder u zeggen. En wellicht hebben zij gelijk.

Toen ik onlangs jarig was, kreeg ik de eerste geschreven verjaardagswens van mijn kleinzoon. Het is een aandoenlijk werkje geworden wat ik zal koesteren.

Ik realiseerde me dat mijn kleinzoon nu ook schrijver is geworden. Naast spreken, huilen, lachen, lief en boos kijken kan hij zichzelf nu ook op papier uiten.

Eerst min of meer verplicht om het schrijven onder de knie te krijgen. Daarna, hoop ik, dat hij zich in het schrijven zal ontwikkelen. Een liefdesbriefje, een verlanglijstje, een Sinterklaas gedichtje of een paar regeltjes in het vriendenboekje van zijn klasgenootjes.

Zo zijn wij allemaal begonnen. Pas veel later besefte ik wat voor wapen het geschreven woord ook kan zijn. In de vorm van een ingezonden brief of een klacht over een slechte levering. Maar ook een goede sollicitatiebrief.

Er is ook een schaduwkant. Bijvoorbeeld een goed bedoelde brief die verkeerd begrepen wordt door de ontvanger. Of een afwijzingsbrief. En de jaarlijks gevreesde belastingaanslag is natuurlijk ook niet leuk.

Nu ik al een tijdje een ander leven leid, heb ik het schrijven opnieuw ontdekt. Sinds enige tijd heb ik weer de behoefte om meer zichtbaar te zijn. Uiteraard voor mijzelf want u, die dit leest, heeft hier niet op zitten te wachten.

Ik heb overwogen om de blogs alleen voor mijzelf te schrijven. Maar dan blijven het dode letters naar mijn gevoel. Taal is nu eenmaal een middel om te communiceren. En daar zijn meerdere mensen voor nodig. Schrijvers en lezers. Ik schrijf mijn eigen stukjes en ik lees stukjes en boeken van anderen. En daarin ondervind ik een dubbel voordeel.

Ik voed me door anderen en ik maak mij zichtbaar voor anderen.

En ik blijf zolang ik schrijf.