De weg kwijt

Featured image
Tijdens de verbouwing van het bankkantoor waar ik leiding aangaf,
kwam hij ineens binnenstormen. Hij moest mij met alle geweld
spreken. Roelof van Dam*. Ik had hem al een paar maanden niet
gezien. Na het faillissement van zijn bedrijf waren onze wegen uit
elkaar gegaan.

In de jaren die hieraan vooraf gingen had ik een intensief contact met
hem. Bij de start, de doorstart en tenslotte het ontmantelen van zijn
bedrijf. Roelof was metaalbewerker die tot de besten van zijn vak
behoorde. Hij had zich opgewerkt tot een zelfstandige alleskunner met
veel opdrachten waar zijn talenten goed tot hun recht kwamen.

Op een dag werd hij gevraagd om importeur te worden van een
gespecialiseerd zonweringssysteem. Een duur systeem dat bijzonder
geschikt was voor grote kantoorpanden en toegepast werd door
gespecialiseerde architecten. Zijn bedrijfje kreeg ook het alleenrecht
voor de montage en de plaatsing van dit systeem in de Benelux. De
vastgoedmarkt was in die tijd booming business. Mogelijkheden
genoeg om het geheel tot een succes te maken.

Maar helaas, het kwam niet van de grond. Als geldverstrekker had ik
vertrouwen in de marktmogelijkheden van het product en vooral in de
mens Roelof van Dam. Na een aantal jaren kwakkelen werd wel
duidelijk dat Roelof een vakman was maar geen zakenman. Hij kon
zichzelf en het mooie product dat hij in handen had niet verkopen.

Via zijn jongere broer was er een contact ontstaan met een
veelbelovend meubelontwerper die veel met metaal werkte. Roelof en
zijn broer konden de schetsen van de ontwerper ontwikkelen tot
uitstekende eindproducten. Zijn broer had het talent om de
meubelbranche voor deze moderne meubels te interesseren. De
technische deskundigheid van Roelof, zijn loods en zijn
bewerkingsmachines werden volop benut. Het kon de redding van het
bedrijf worden.

Echter het liep anders. De ontwerper wilde wel met de broer verder
maar niet met Roelof en zijn bedrijf. Zij vertrokken naar een ander
pand en investeerden samen in een nieuwe onderneming. Kort daarna
ging Roelof failliet.

De dag dat hij bij mij binnenstormde vertelde hij mij een
onsamenhangend verhaal over aliens die onze wereld bestuurden. Hij
zag dit niet als bedreigend. Er zou een nieuwe samenleving ontstaan
met onbegrensde mogelijkheden. Waarom hij mij hier deelgenoot van
wilde maken, begrijp ik nog steeds niet.

Roelof was de weg kwijt geraakt. Dat vernam ik later van zijn broer.
Zo gaat het helaas wel vaker met mensen die een belangrijke bijdrage
hebben geleverd bij de ontwikkeling van een bedrijf. Als ze niet meer
nodig zijn worden ze afgedankt terwijl de karavaan verder trekt.

Als onderdeel van diezelfde karavaan vraag ik me regelmatig af
waarom we toen zonder omkijken verder zijn getrokken.

De economische mores van dat moment is kennelijk net zo verblindend
als de alles verzengende zon in de woestijn.

*De naam van Roelof van Dam is fictief

Room of pudding?

tompouce

Regelmatig heb ik mijn familie ervan moeten overtuigen dat tompouces gevuld worden met banketbakkersroom en niet met pudding. Pudding hoe verzinnen het! Hiermee probeerden mijn oudere broers mij op de kast te jagen. Voor de eerste keer werd ik hierdoor in mijn beroepseer aangetast.

Ik moest hier de afgelopen week aan denken toen Vroom & Dreesmann het landelijke nieuws domineerde. Mijn banden met dit warenhuis stammen uit de jaren zestig. Toen ik net zestien jaar was geworden ben ik bij Vroom & Dreesmann in dienst getreden als keukenhulpje. Het was mijn eerste baan met een echt loon.

Ik werd het hulpje van de ovenist. Hij zorgde dat alles gebakken werd. Koekjes in alle soorten en maten, cakes enzovoort. Ik moest de bakplaten schoonmaken en invetten. Ik kreeg ook de ondankbare taak om pannen en alle andere keukengereedschappen schoon te maken. Ik moest ook de lege flessen uit de lunchroom sorteren en opruimen. Later werden mijn taken uitgebreid. Slagroom kloppen en de spuitzakken daarmee vullen, softijs bereiden, vruchtencakes opmaken en de tompouces glaceren.

Ik herinner me vooral de wonderlijke bemensing van de keuken- en bakkersbrigade van zo’n twintig man. Als jongste bediende werd ik door hen natuurlijk geplaagd. Dat begon al in het omkleedlokaal waar mijn kleren werden verstopt. De ovenist, met de toepasselijke naam mijnheer Bakker, woonde bij mij in het dorp. Samen met hem fietste ik heen en terug naar de personeelsingang aan de Ridderstraat in Alkmaar. Hij voorzag mij tijdens die fietstochten van wijze raad en deelde met mij zijn ongenoegen over het gedrag van de andere brigadeleden.

Zo was daar Henk. Een simpele ziel die de hele dag uit volle borst de nummers van o.a. de Bee Gees zong. Of Gerard, die het achter zijn ellebogen had volgens mijnheer Bakker. Gerard werd later makelaar, dus dat zal wel geklopt hebben.

Ik herinner me ook Eddy. Eddy was net zo oud als ik. Hij stond hoger op de ladder omdat hij nog één dag in de week op de bakkersopleiding van de ambachtsschool zat. Tijdens een personeelsuitje hebben wij samen onze eerste dancing bezocht. Extase, de beruchte uitgaansgelegenheid aan de Bergerweg. Zijn moeder zwaaide de scepter in de afwaskeuken. In de zomerperiode werd zij geassisteerd door vakantiekrachten, meisjes van onze leeftijd. Zowel de meisjes als Eddy en ikzelf werden door de ouderen uitgedaagd om afspraakjes met elkaar te maken. Heel vervelend.

En dan was daar ook Henry. Met Henry had ik in het begin nauwelijks contact. Ik vond hem nogal hooghartig tegenover alle anderen en mijzelf. Hij had een bloedmooie vriendin, die ik hem door zijn gedrag eigenlijk misgunde. Later leerde ik hem beter kennen toen ik hem moest assisteren met het kerstgebak. Hij voorspelde me dat dit baantje me niet lang zou blijven boeien. Hij kreeg gelijk.

Maar mijn held was Peter. Hij had een eigen werkbank waar hij het korstdeeg maakte. Peter was een man van weinig woorden. Zwart achterover gekamd haar, strak in de brillantine en een dun Clark Gable snorretje. Zijn uiterlijk sprak meer dan hijzelf. Maar wat een vakman. Mijn voorliefde voor de tompouces is nooit meer overgegaan, mede dankzij Peter. Het lekkerste onderdeel vond ik de vulling, de banketbakkersroom.

Banketbakkersroom, crème pâtissière, vanillebanketbakkersroom of gele room is een gele vla-achtige room. Eclairs, Berlijnse bollen, tompouces, soezen, al deze bakkerijproducten zijn traditioneel opgevuld met banketbakkersroom. De bestanddelen van deze room zijn: melk (of room), eigeel, suiker en maïzena (of custardpoeder). Het is een bereiding die lijkt op vanillepudding, maar er worden meer eieren in verwerkt.

Hiermee heb ik de discussie met mijn eigenwijze broers in mijn voordeel beslecht. Het lijkt weliswaar op vanillepudding, maar ik herhaal, er worden meer eieren in verwerkt. Gelukkig voor mijn familie die elke week vele kisten met eieren leverde.

VenD

De toekomst van Vroom & Dreesmann zie ik somber in. Mijn laatste werkgever ING beslist, als betrokken financier, mee over het lot van de warenhuizen. Mijn eerste werkgever zal de verliezer zijn in deze overlevingsstrijd.

Gelukkig worden er bij de goede bakkers nog tompouces met echte banketbakkersroom gebakken.

Evert

Evert was de man die een vergadering met zo’n 50 deelnemers onder schot hield.

Ik leerde Evert kennen midden tachtiger jaren. Hij was juwelier. Hij had halverwege de jaren zeventig zijn winkel verplaatst vanuit de Haarlemse binnenstad naar de nieuwe stadswijk Schalkwijk. Het hart van de wijk wordt gevormd door een groot winkelcentrum.

Het bleek een goede zet te zijn geweest. De zaak floreerde en Evert verdiende een goede boterham. Maar Evert had meer energie en ambitie dan de juweliersrol van hem vergde.

De belangen van het winkelcentrum werden behartigd door een Coöperatieve Vereniging van Eigenaren en door een winkeliersvereniging. Dat vond Evert interessant. Hij had een mening over de ontwikkeling van het centrum. En hij kon zijn mening prima verwoorden. Het duurde niet lang of Evert zat in beide besturen.

De meeste ondernemers die bestuursfuncties aannemen doen dit uit eigenbelang. Dat zal voor Evert in aanvang ook wel een beetje gegolden hebben. Maar al snel werd zijn mening en aanpak van de problemen als onbevooroordeeld gewaardeerd. Je kan er op wachten, zo’n man is een ideale voorzitter.

In die hoedanigheid vroeg hij mij toe te treden tot het bestuur van de winkeliersvereniging. Ik leidde in die tijd de NMB vestiging in het winkelcentrum en ik had ook Evert als klant. Hij kwam een keer bij mij langs op kantoor en vroeg mij of ik penningmeester van de winkeliersvereniging wilde worden. “En als je het niet doet, dan vraag ik je collega van de ABN”, zei hij met een twinkeling in zijn ogen. Nou ja, daar kon ik geen nee tegen zeggen.

Ik vond Evert vanaf het begin dat ik hem leerde kennen een geschikte vent. Een beetje ouderwets in zijn doen en laten maar vooruitstrevend en doelgericht in zijn denken.

Toen het winkelcentrum overdekt en uitgebreid zou worden leerde ik hem heel goed kennen. De gemeente moest daar zijn toestemming voor geven en dat was niet eenvoudig. Het linkse stadsbestuur, toen nog wel, stond niet meteen te juichen. Samen met Evert bezocht ik de vergaderingen van alle politieke raadsfracties.

Ook daar werd het de raadsleden al snel  duidelijk dat het belang wat Evert diende verder strekte dan alleen het zijne. Nadat de gemeente groen licht had gegeven moesten de leden van de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren het uiteindelijke jawoord geven. Dat gebeurde tijdens de vergadering waar ik dit verhaal mee begon.

Toen het agendapunt over dit besluit aan de orde kwam, rommelde Evert even onder zijn bestuurstafel en toonde hij een watergeweer van ruim een meter en richtte die op de leden. Hij sprak toen de woorden “wie durft er nu nog nee te zeggen“. Niemand natuurlijk. Het geweer kon weer terug naar de speelgoedwinkel.

Evert heeft helaas niet lang van het verruimde en overdekte winkelcentrum kunnen genieten. Kort na de opening overleed hij aan kanker. De wethouder heeft hem op zijn ziekbed nog de erepenning van de stad uitgereikt. En als grootste eerbetoon is het voorplein van het winkelcentrum naar hem vernoemd.

Evert, een man om nooit te vergeten.

EHPlein

 

Dit is het laatste verhaal voor de zomerstop. Iedereen een mooie vakantie.

De verdwijnin​g van Katootje

Deze gedenkwaardige dag, 1 december 1977, begon ik in de veronderstelling dat ik me ongewild te kijk zou zetten voor alle NMB directeuren van Nederland. Zie hiervoor mijn verhaal van vorige week, d.d. 28 maart 2014.

“Kas moet kloppen, kas moet kloppen” moest ik zingen. Op de aangepaste tekst van “ik ben met Katootje naar de Botermarkt gegaan”.

De natuur bespaarde me gelukkig deze vernedering. Ineke was ruim 8 maanden zwanger van ons eerste kind.

foto van internet
foto van internet

Zonder dat ik wist welk geluk mij deze dag ten deel zou vallen ging ik ’s morgens vroeg de deur uit naar de NMB Bank Bloemendaal, waar ik kort daarvoor benoemd was tot beheerder.

Nadat ik de kluizen had geopend en koffie had gezet in het kleine keukentje begon ik aan mijn werkdag.

Rond half elf belde ik Ineke hoe het gegaan was. Zij zou die ochtend met een ook zwangere vriendin spullen ophalen bij de kruisvereniging. Klossen voor onder het bed en dat soort zaken.
Ze was nog niet gegaan vertelde ze me, ze had last van haar benen.
Rond half twee belde ze me zelf met de boodschap dat ze dacht dat de weeën begonnen waren. Ruim 2 weken voor de uitgerekende datum.

Ik belde de voorzitter van de personeelsvereniging om hem te laten weten dat de directeuren het zonder “hoofdkassier” moesten stellen. Ik was opgelucht dat ik niet kon meedoen. Van het ene moment op het andere moment was al mijn zorg gericht op onze aanstaande gezinsuitbreiding.

Als een speer ging ik naar huis. We besloten naar de verloskundige te gaan die een paar centimeter ontsluiting vaststelde. Het was echt begonnen. Op de terugweg naar huis kochten we postzegels voor de geboortekaartjes en haalden we alsnog de spullen op bij de kruisvereniging.

Ineke ging naar bed om te rusten en de volgende weeën op te vangen. Ik ging naar de keurslager en bestelde daar de beste biefstuk die voorradig was. Een rib uit mijn lijf. Voor mijn Eva was mij echter niets teveel.

Tot mijn teleurstelling had zij geen trek. Gijs onze poes heeft die dag heerlijk gegeten. Dat verdiende het arme beest ook wel omdat zijn territorium binnenkort bedreigd zou worden door onze Benjamin.

Rond acht uur die avond vertrokken wij naar het ziekenhuis. Om de spanning te verminderen stelde ik Ineke voor om net te doen alsof we op schoolreisje zouden gaan.
Ik veronderstelde een gelijke gezonde spanning voor de gebeurtenis die we tegemoet gingen. Bij Ineke is dat niet zo overgekomen omdat zij al haar aandacht nodig had voor het opvangen van de weeën.

Het “schoolreisjegevoel” heb ik zelf wel vast kunnen houden. Daarna ging het allemaal zo snel dat er geen tijd was om ons erg veel zorgen te maken. Tien over half negen was hij daar, onze zoon Jorn.

Op het moment dat Jorn met de navelstreng nog vast op Ineke haar borst werd gelegd, was ik diep ontroerd. Daarna mocht ik de navelstreng doorknippen en toen voelde ik mij heel bewust verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van dit kleine ventje. Onze zoon.

Elke 1 december wordt door ons gevierd als de geboortedag van Jorn. Katootje verdween naar de achtergrond. Tot ik kortgeleden het liedje weer over de radio hoorde en de herinnering aan haar weer bovenkwam.

Katootje

"kas moet kloppen, kas moet kloppen"
“kas moet kloppen, kas moet kloppen”

Dit verhaal speelt zich af op 1 december 1977.

Deze koude en geheel bewolkte dag zou een gedenkwaardige donderdag worden. Het eerste kabinet van Agt was in de maak. Vader Abraham stond nummer 1 in de top 40 met het Smurfenlied. Maar niet dit lied had deze dag mijn belangstelling.

Mijn lied ging die dag over Katootje. “Katootje, zij kon alles maken wat zij wou”.

Op deze tekst hadden de leden van de personeelsvereniging van de NMB denkt met u mee, waaronder ik, zei de gek, een eigen versie gemaakt. Deze versie maakten wij om de viering van het 50 jarig bestaan van de NMB op te luisteren.

Maandenlange voorbereiding. Al zwoegend schreven wij de tekst. De rollen werden verdeeld. Daarna konden wij de uitvoering oefenen in de personeelskantine, met veel te veel slechte koffie.

Bram van de postkamer, amateur toneelregisseur in zijn vrij tijd, had uiteraard de regie. Ruud, voormalig gitarist, zorgde voor de muziekband bij een bevriende soundstudio. Harry,de voorzitter van de personeelsvereniging keek of alles goed ging. Hij stuurde bij daar waar hij dat nodig vond. En dat was veel. Zowel voor hem als ook voor ons was dit erg vermoeiend. Dertig jaar later zou er beslist een diagnose ADHD bij hem gesteld zijn.

Een meer dan geslaagde uitvoering was het resultaat van onze inspanningen. Ik had de rol van hoofdkassier en had “kas moet kloppen, kas moet kloppen” als uitdagende tekst. Alle medewerkers en hun partners waren enthousiast en ook onze directeur. De man wilde daarom dat wij de landelijke directeurenbijeenkomst met een optreden zouden verrassen. Tussen de soep en het pasteitje door zouden wij ons Katootje opvoeren. De directeur was een ouderwetse en autoritaire man waar het moeilijk nee tegen zeggen was.

Eerlijk gezegd was ik niet zo blij met zijn idee. Ik schaamde me een beetje voor mijn rol in dit gezelschap. Ik vond het een beetje kinderachtig gedoe. Ik deed mee omdat het me een goede manier leek om mij, als betrekkelijke nieuwkomer, van mijn collegiale kant te laten zien.

Op de ochtend van 1 december 1977 stapte ik mijn splinternieuwe leaseauto in met de veronderstelling dat ik na de sluiting van de kluizen en de deuren van de bank meteen zou doorrijden naar Amsterdam. Op weg naar ons “optreden” voor alle NMB directeuren van Nederland. Ik zag er als een berg tegenop.

Gelukkig zou ik die dag Amsterdam niet bereiken. De natuur greep in. Nou ja, Ineke en ik hebben wel enige invloed gehad op deze wending van de natuur.

Volgende week deel 2 van dit verhaal. Kijk dan op mijn site franslouter.com of nog beter, meld je aan met je mailadres op de site zodat je geen enkel nieuw verhaal meer hoeft te missen. Klik hiervoor de “Volg button” aan rechtsonder aan de site.

Tot volgende week.

Partnerruil

woningruil (2)

Geen onderwerp voor een column? Dat is de vraag. Onlangs las ik hier een artikel over. Ik kan er zelf niet over meepraten, dit ter geruststelling van mijn schoonmoeder.

Het deed mij denken aan een voorval uit mijn professionele leven. Ik was eind twintig en had mijn eerste managementbaan als beheerder van een bankfiliaal .  Onder mijn zakelijke klanten had ik twee broers die samen een vennootschap onder firma vormden. Een goed lopend bedrijf waar beiden een ruim belegde boterham aan verdienden.

Op een dag werd ik gebeld door één van hen voor het maken van een afspraak. Dat gebeurde wel meer. Maar deze keer was het anders. De broers werden in hun kielzog gevolgd door hun beide vrouwen.

Toen de koffie geregeld was, keek ik hen vragend aan wat de reden van hun komst was. De oudste broer, de meest dominante, vertelde dat hij verliefd was geworden op de vrouw van zijn broer. Vervolgens vertelde de vrouw van de oudste broer dat zij op haar beurt verliefd was geworden op de jongere broer van haar man. Kunt u het nog volgen? Nou ik niet meteen op dat moment. Het duurde zeker een kwartier voordat ik in de gaten had hoe het zat.

Er moest veel geregeld worden. Huizen moesten overgedragen worden, hypotheken veranderd worden etc. Een heel gedoe voor een beginnend bankiertje. Met het ontwarren van de financiën had ik mijn handen vol. Maar ook met het feit dat de broers voortaan hun huis, haard en vrouw met elkaar verwisselden had ik moeite.

Ik had het fenomeen partnerruil echter al eerder meegemaakt. In het dorp waar ik opgroeide was partnerruil in de jaren zestig een ware plaag. De groenteman ging met de vrouw van de eigenaar van de Radio- en TV-winkel. De kapper, de wethouder, de slijter, de hotelier en hun vrouwen waren ook elders aan het “punniken”. Ik was nog erg jong en zal het allemaal wel niet goed begrepen hebben, want elke zondag zaten de “schuinsmarcheerders” weer vooraan in de kerk.

Terug naar de broers. Binnen een jaar klopten ze weer aan de deur. Er was ruzie ontstaan en de vennootschap onder firma moest ontbonden worden. De zaak werd door één van de broers als eenmanszaak voortgezet. De glans was er af. Het vermogen was verdampt en de ondernemer-spirit, die het bedrijf zo had gekenmerkt, was verdwenen.

Triest. Vroeger werd mij al geleerd: “van ruilen komt meestal huilen”.

huilen