Het is heerlijk en kost bijna niets.

Image

Al  jong werd ik door mijn vader op de fiets gezet. Niet op een nieuwe fiets maar op de fiets van mijn oudere broer. Op de pedalen waren houten blokken gezet zodat ik er nèt bij kon.  Het ging met vallen en opstaan. In die tijd werd je al snel losgelaten. Er was geen tijd voor een degelijke fietstraining.

Ik herinner me nog een pijnlijke tocht naar het Retraîtehuis, waar ik misdienaar was.  Op de Loudelsweg raakte ik de macht over het stuur kwijt zodat ik met mijn nog niet volgroeide zaakje hard met de stang in aanraking kwam. Zo jong als ik toen was deed het al  veel pijn.

De fiets werd gebruikt om allerlei boodschappen naar de klanten te brengen. Mijn ouders dreven in de heerlijkheid Bergen  een kruidenierswinkel. De boodschappen werden gebracht naar de hotels en pensions en naar de particuliere klanten.  Het was lastig balanceren met een rek eieren in je ene hand en de andere hand aan het stuur. Het is dan ook wel  eens misgegaan.

Maar ik herinner me ook fietsracewedstrijden met vriendjes van de lagere school in het bos. Daar was een ronde kom waar je schuin in kon rijden. Ik kon aardig meekomen,  maar was geen winnaar.

Later reed ik naar de middelbare school in Alkmaar. Heen en terug 10 kilometer in weer en wind.  Als je helemaal nat geregend was, stonk het vreselijk in de klas.

Zes dagen in de week, we hadden toen  nog school  op zaterdag.   Na de middelbare school fietste ik naar mijn werk bij V&D in Alkmaar. Drie maal in de week naar de handelsavondschool  en natuurlijk naar afspraakjes en dansles .

Daarna is de fiets tientallen jaren uit beeld geweest. Druk, druk,  met het opbouwen en onderhouden van een gezin. De auto werd mijn vervoermiddel. Dat kon ook niet anders, alhoewel ik in de vrije weekenden,  ja toen wel,  voor de gezondheid best de fiets had kunnen pakken.

Nu fiets ik wèl  voor het onderhouden van mijn conditie. Ik heb een binnenfiets en een buitenfiets. De laatste met elektrische trapondersteuning. Geen last meer van weer of wind.  Ik hou van mijn fietsen.

Image

‘De fiets is heerlijk en het kost bijna niets’. Tenslotte ben ik een zoon van een kruidenier.

 

Langs de lijn…………

langs de lijn

Langs de lijn

Nee, het gaat niet over het radioprogramma op zondagmiddag, waar ik vroeger met veel plezier naar geluisterd heb. Het gaat om mijn eigen ervaringen langs de lijn van een voetbalwedstrijd.

Ik heb het over de wedstrijden van DSS F11 en F12. Twee van onze kleinzonen doen hier hun best om het spelletje onder de knie te krijgen.
Dat valt nog niet mee. Een van hen, nee ik noem hier geen naam, wilde er na de 2e training stoppen omdat naar zijn zeggen, je gaat zweten van voetballen. Tja.

Hun wedstrijden bezoek ik af en toe. Als het zonnetje schijnt en het aanvangstijdstip niet te vroeg is.

Als ik er ben, komen er mooie herinneringen naar boven. Zo’n 25 jaar geleden stond ik daar ook. Bij Kennemerland. Ik heb daar zo’n 10 jaar langs de lijn gestaan. Elke zaterdag in de buitenlucht bij thuiswedstrijden en naar uitwedstrijden.

In het begin met mijn zoon aan de hand en later 10 meter achter hem aan lopend. Oh, wat wilde ik graag dat hij een goede voetballer zou worden. Dat is de droom van elke vader, eerlijk is eerlijk. Nu zal mijn inmiddels volwassen zoon dromen over de mogelijkheden van zijn zoon.

Het is leuk om te zien hoe de jonge vaders van nu elkaar langs de lijn opzoeken. Elkaar bemoedigen na weer een 10-0 nederlaag. Zij hebben daar overigens meer last van dan hun eigen kinderen. Hoe ze het vervoer regelen voor de uitwedstrijden. Heerlijk zo’n auto vol, naar zweet stinkende, branieschoppers. Ja, ik heb er met volle teugen van genoten zo’n 25 jaar geleden.

Nu geniet ik ook, maar met meer afstand. De tien jaar dat ik mijn zoon heb begeleid, heb ik ook beleefd als een proces van langzaam loslaten. Dat zullen de jonge vaders van nu nog nauwelijks realiseren. Net als ik, toen wij naar zijn eerste echte wedstrijd gingen. Die ze ook dik verloren.

Maar elke wedstrijd was winst voor mij, ongeacht de uitslag.
DSS

Rijmen…………

Afbeelding

Rijmen….. 

Elk jaar eind oktober, begin november steekt het Sinterklaasvirus weer op. Er wordt afgesproken waar het ’kinderfeest’ gehouden wordt, wanneer en hoe we het gaan vieren. Ons clubje kent nu eenmaal talentvolle en minder talentvolle makers van surprises en/of rijmelaars. 

Al jaren gebruiken we naar volle tevredenheid lootjestrekken.nl. Voor die tijd kwamen we daar speciaal een avond voor bijelkaar. Als ik pech had waren we uren bezig voordat iedereen tevreden was. Nu de kinderen, na de komst van de kleinkinderen, steeds minder tijd beschikbaar hebben, is dit wel zo makkelijk. 

Als iedereen gereageerd heeft op deze site ontvang je een e-mail met de mededeling voor wie je dit jaar een cadeau (binnen een vooraf afgesproken bedrag) en een gedicht moet maken. Moeten heb ik hier terecht gebruikt. Het is ondenkbaar dat je deze ’vrijwillig’ aangegane plicht negeert. 

Vrijwillig? Ja, vrijwillig! Is er dan geen groepsdruk die er voor zorgt, dat je het wel uit je hoofd laat om eens een keer nee te zeggen? „Nee, ik doe niet mee dit jaar”.

Nee, nee zeggen is voor mij absoluut geen optie. Als de ’onwijze’ maar al jaren grijze opa kan ik het niet maken om aan deze traditie te tornen. Tenslotte pretendeer ik in de rol van opa een soort voorbeeldfunctie te hebben. 

Zou ik nee willen zeggen: Nee, ik wil dit jaar niet meedoen? Als ik dat zou willen doen dan zou ik eerlijk gezegd het rijmen ook aan mij voorbij moeten laten gaan. En je moet weten dat ik het jaarlijks rijmen, want dichten kan je het gewoon niet noemen, een waar genoegen vind. Het is een leuke manier om degene die je getrokken hebt in heb ootje te nemen. Of iets liefs te zeggen, wat ik normaal gesproken niet zo makkelijk doe. Maar eerlijk is eerlijk, het eerste vind ik het leukste. Even iemand voor de gek houden of een beetje te kijk zetten. 

Ja, degene die ik dit jaar getrokken heb, kan zich maar beter schrap zetten!

 

Geen vierling

Afbeelding

 

 

Geen vierling….

 

Op een regenachtige zondag werd ik gebeld door onze jongste dochter: “Pap mogen wij je auto even lenen”. Natuurlijk mochten ze dat. Ik moedig het zelfs aan omdat ze zo hun rijvaardigheid onderhouden. 

Een uur later kwamen ze drijfnat van hun fietstochtje van hun huis naar ons toe. Tja een kopje thee (ze drinken geen koffie) lustten ze wel. Nadat ze zich hadden afgedroogd en een plekje op de bank ingenomen hadden, begon onze jongste dochter het gesprek met: „ik heb een mededeling, wij zijn zwanger”. 

Poeh, dat was echt een verrassing voor ons. Wij hebben wel eens gespeculeerd, zoals je dat als ouders doet, of ze wel kinderen wilden en zo ja wanneer daarvoor de juiste tijd zou zijn aangebroken. Nu dus! Wij waren ontzettend blij. 

Daarna volgde een periode van stilzwijgen omdat de drie kritische maanden nog niet voorbij waren. Als grootouders van inmiddels vijf kleinkinderen weet je dat soort dingen.

Nadat alle onderzoeken goed verlopen waren, mocht de hele wereld het weten. En ik mocht het van dochterlief aan onze familieleden meedelen. Dat doe ik dan per mail op een mijns inziens leuke manier. 

Daarom had ik er een foto bijgeplaatst van onze jongste dochter tijdens het passen van haar eerste positiebroek. Op het moment van de foto-opname droeg ze ook een kussen onder de broek om te zien hoe de broek zou staan bij de toekomstig gevorderde zwangerschap. 

Na het verzenden van deze mail, met de foto als bijlage toegevoegd, kwamen de reacties. Hoe kan ze nu al zo dik zijn, heeft ze zwakke buikspieren of is ze in verwachting van een vierling? Niets van dit alles, geen zwakke buikspieren (ze sport) en ook geen vierling. Gelukkig maar voor onze dochter en schoonzoon. 

En gelukkig ook maar voor deze opa. Een sprong van de huidige vijf kleinkinderen naar ineens negen kleinkinderen is echt teveel van het goede. Met straks zes kleinkinderen ben ik al meer dan zielsgelukkig.