Niet klagen maar dragen!

Featured image

Dit is een tegeltjeswijsheid uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Bij ons thuis hing een dergelijk Delfts blauw tegeltje aan de muur van de mooie kamer, waar wij alleen in het weekend verbleven. De boodschap was voor ieder van ons gezin duidelijk. Ik heb me wel eens afgevraagd of het bordje speciaal voor mijn moeder was aangeschaft. Geen rare gedachte. Ze heeft namelijk tien zwangerschappen gehad, waarvan negen voldragen. Een kind dragen zonder te klagen dat was de wens van de vader van de verwachte kinderen en van deze gedachte.

Het kan ook zijn dat mijnheer pastoor het ter aanmoediging aan ons heeft geschonken. Dit is bij nader inzien niet zo waarschijnlijk omdat de kerk toen al beter was in het ontvangen dan in het geven. Zo vond mijnheer pastoor het heel gewoon om tijdens etenstijd bij ons en bij veel andere gezinnen in ons mooie dorp op huisbezoek te komen. Hij at dan niet alleen een bordje mee, wat hem een maaltijd uitspaarde, maar hij kwam ook even polshoogte nemen of er al een nieuw katholiek zieltje in aantocht was. De wereld moest immers in de ogen van Heilige Stoel gekatholiceerd worden. Er werden grove middelen ingezet om deze beoogde overheersing te bereiken.

De druk uit de kerk ontnam onze ouders hun eigen beschikkingsrecht om hun gezin samen te stellen zoals ze dat zelf wilden. Veelvuldig werd angst als pressiemiddel gebruikt. Als je het woord van de kerk veronachtzaamde dan kwam je niet in de hemel. Je kon het woord van mijnheer pastoor niet naast je neer leggen. Deed je dit wel dan zouden hel en verdoemenis je deel worden.

Featured image

Het ging zo ver dat in veel katholieke kerken een heuse Mariakapel was ingericht. Zo ook in onze parochiekerk St.Petrus en Paulus te Bergen. Hier konden de alleenstaande maagden tot Maria bidden voor een geschikte partner (lees een toekomstige verwekker en vader). Samen met deze partner kon de maagd dan eindelijk voor de door mijnheer pastoor zo vurig gewenste kinderen zorgen. Ook vrouwen die niet zwanger werden konden zich tot Maria richten om vruchtbaarheid af te smeken. De vrouwen die pas zwanger waren geworden werden door mijnheer pastoor naar het Maria altaar gezonden om te bidden voor een succesvolle zwangerschap. Het zou mij niet verbazen als er een onderlinge competitie gaande was welke parochie de grootste aanwas realiseerde. Met een doos miswijn als bonus?

Als ik aan die tijd terugdenk ruik ik de 4711, de eau de cologne van Boldoot, gemaakt aan de Amsterdamse Haarlemmerweg. Boldoot was een zeer katholiek familiebedrijf. Het Keulse water van deze vrome familie zou goed zijn tegen hoofdpijn. Vrouwen gebruiken door de eeuwen heen hoofdpijnklachten om de echtelijke en pastoorlijke plicht uit te stellen. Een zakdoekje besprenkeld met 4711 tegen het voorhoofd aangedrukt was het subtiele teken dat o.a. mijnheer pastoor voorlopig niet aan zijn trekken zou komen.

Featured image

De vrouwen van toen hadden het veel lastiger en moeilijker dan het ongetwijfeld hardwerkende manvolk. Mijn moeder, onze moeder voor mijn talrijke meelezende broers en zussen, was hier geen uitzondering op. Met dien verstande dat zij wel een aantal privileges had bedongen. Ze beviel in Rosmade, een katholieke kraamkliniek waar ze ook aanvullend tien dagen weer op sterkte kon komen. Er was een inwonende huishoudelijke hulp en ze deed elke middag een dutje. Deze privileges waren geen overbodige luxe. Ze had het nodig om de consequenties van het “rijke roomse leven” te verdragen en te overleven. En dat is uiteindelijk gelukt. Vorig jaar is ze op 97 jarige leeftijd overleden.

Wat gebeurde er in het Bio-Vacantieoord?

Nog maar half zeven. De wekker gaat af. Een zilverkleurig wekker die opgewonden moest worden. Eén veer voor het uurwerk en één voor het weksysteem. Het laatste bestond uit twee bellen boven de klok gemonteerd. In het midden stak een tweezijdig hamertje uit de klok tussen de twee bellen. Als de ingestelde wektijd bereikt was ranselde het hamertje ongenadig de twee bellen. Het gaf een hels kabaal. Met een schuifje zette ik de wekker uit zo snel als ik kon zodat mijn mede gezinsleden door konden slapen.

Vlug eruit, aankleden, gezicht wassen met koud water. Haren nat maken en een kam er door halen. Keurige scheiding aan de zijkant en een kuif gemodelleerd zoals toen gebruikelijk was. Tandenpoetsen en ontbijt overgeslagen omdat ik nog naar de heilige mis moest om onder andere nuchter de hostie in ontvangst te nemen.

En kwartier later stond ik buiten in de vroege en nog kille ochtend. Op de te grote fiets met klossen op de pedalen naar het retraitehuis aan de Loudelsweg. Om zeven uur moest ik daar aanwezig zijn om met een pater van het retraitehuis of een kapelaan van de parochie St. Petrus en Paulus en met Maarten Min, mede misdienaar, met de auto te vertrekken naar Bergen aan Zee.

Elke zondag was het weer spannend welke kapelaan of pater zou opdagen om met ons misdienaars naar de kust af te reizen. Wij hadden zo onze favoriete chauffeur en celebrant. Hoe vroeg het ook was, ik genoot elke keer weer van deze route over de misschien wel mooiste weg van het land.

We reden de Zeeweg niet helemaal af tot aan de boulevard. Vlak voor het dorp sloegen we tweemaal rechtsaf om via een kronkelend pad naar het Russenduin, het hoogste duin van de omgeving, te rijden. Op de top van dit duin was het Bio-Vacantieoord gebouwd. 

Op 21 maart 1927 werd de Stichting Bio-Vacantieoord opgericht, “voor alle gezindten”, door de toenmalige Nederlandse Bioscoopbond. Dit gebeurde op initiatief van bioscoopexploitant Abraham Tuschinski en diens zwager Gerschtanowitz.

In de jaren 20 van de vorige eeuw kwamen steeds vaker goede doelen bij de bioscoop met de vraag of ze voor de deur mochten collecteren. Omdat het als onmogelijk werd ervaren om te bepalen welk goed doel wel en welk goed doel niet kon collecteren werd een eigen stichting in het leven geroepen.

Het doel was het opzetten van een vakantieoord voor kinderen wier ouders het niet zo breed hadden, de zogenaamde bleekneusjes. Deze bleekneusjes kregen vaak het doktersadvies om aan te sterken aan zee. (bron Google)

Featured image

De katholieke bleekneusjes moesten in die tijd verplicht elke week de heilige mis bijwonen. Zij kwamen eerst met de bus naar de parochiekerk in Bergen waar zij een zijbeuk aan de mannenkant vulden. Het was een heel gedoe. Er werd besloten de heilige mis voortaan in het vakantieoord zelf te vieren. Zodoende gingen wij gedurende een bepaalde periode westwaarts om de verbleekte jonggelovigen de heilige mis te brengen.

Na de mis werd er ontbeten. Wij, de misdienaars, schoven aan bij de bleekneusjes in de eetzaal. Altijd een gekookt ei erbij. De zware geur van de gekookte eieren is me altijd bijgebleven.

Featured image

Na het ontbijt konden Maarten en ik onze eigen gang gaan tot de pater of kapelaan ook klaar was met zijn ontbijt. De geestelijke van dienst ontbeet na de eucharistieviering met de directrice van het Bio-Vacantieoord in haar privévertrekken. Voor ons was het altijd een verrassing hoe lang het zou duren om weer te vertrekken. Wij vermaakten ons wel, binnen of buiten het karakteristieke gebouw. De uitzichttoren was favoriet bij ons. Een prachtig uitzicht door de duinen op de horizon van de Noordzee.

Het viel ons op dat onze wachttijden bij een bepaalde geestelijke langer duurden dan bij de anderen. Velen jaren later vernam ik dat deze geestelijke zijn celibataire staat had ingeruild voor de huwelijkse staat. En jawel, zijn bruid was de directrice van het Bio-Vacantieoord.

Het kan verkeren. Ook tussen geestelijken en directrices van bleekneusjes.

Mijn Opa

Opa (Piet) Louter

 

Op de foto staat mijn opa Louter afgebeeld. Ik kreeg deze foto onlangs van mijn broer Nico.
Zo herinner ik me hem ook het beste. Aan de hoek van de tafel zat Opa in de grote woonkeuken aan de Alkmaarse Zocherstraat. Wij kwamen er vaak omdat Opa een eierengroothandel dreef waar mijn vader, kruidenier in Bergen, zijn eieren van betrok.

Hij kon de hele dag kaarten met een onafscheidelijke sigaar in zijn mond. Als jochie van zo’n jaar of 6 vond ik hem, ondanks zijn geringe gestalte, een imponerende man. Iedereen had ontzag voor hem in mijn ogen. Hij was de vader van mijn vader èn van twintig andere kinderen, mijn ooms en tantes. En dat bij één vrouw. Oma Louter was aardiger dan Opa. Ze had voor al haar meer dan honderd kleinkinderen aandacht. Opa niet. Als je niet kon kaarten had hij geen belangstelling voor je.

Een aantal jaren later was er niet veel meer over van Opa Louter. Hij werd ziek, vermagerde en verloor zelfs zijn belangstelling voor het kaartspel. Toen ik met mijn broertje Theo in die tijd een paar dagen bij hen logeerde, hebben wij met Opa een wandeling gemaakt naar de Alkmaarse Hout, niet ver van de Zocherstraat. Oma, die hem toen de baas was, stuurde hem er op uit om met ons een frisse neus te halen.

Het was koud die dag. Opa droeg een dikke bruine wollen jas. Met een dubbele rij zwarte knopen. Wij kuierden samen naar de Hout waar wij aapjes gingen kijken. Hij heeft geen woord met ons gewisseld. Bij de Hout aangekomen ging Opa op een bankje zitten bij een man van zijn leeftijd. Ze babbelden wat en rookten hun sigaar. Theo en ik vermaakten ons met elkaar en de aapjes.
Terug naar hun huis werd het wederom een stille tocht. Ik vraag me nog steeds af of Opa onze aanwezigheid wel opgemerkt heeft.

Niet veel later en vlak voor zijn dood werd het gouden huwelijksfeest van Opa en Oma Louter gevierd. Een groot feest in het Wapen van Heemskerk aan de Breedstraat in Alkmaar. Ooms en tantes, neefjes en nichtjes, achterneven en achternichten, vrienden, buren en zakenrelaties, ze waren er allemaal. Waaronder natuurlijk ook mijnheer pastoor en zijn kapelaans. Voor hen en het evangelie had Opa wèl ontzag.

Zonder Genesis 1:28 zou het nageslacht niet zo talrijk zijn geweest. Waarschijnlijk was mijn vader er dan niet geweest. Ik waarschijnlijk ook niet en onze kinderen en kleinkinderen ook niet.

Genesis 1:28
En God zegende Adam en Eva en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk.

Uw liefhebbende E.

Dromenlaantje
Dromenlaantje

L.S.

Heden alhier in welstand aangekomen. Alles wel.

Hartelijke groet,

Uw liefhebbende E.

Deze plechtstatige tekst, geschreven in mooi schoonschrift, stond op de achterkant van een ansichtkaart welke geadresseerd was aan de familie Franken uit Harderwijk. De kaart was volgens de poststempel verzonden op 30 september 1952.

De afzender van de ansichtkaart was hun 19 jarige dochter Emma. Aan de voorkant van de ansichtkaart was een foto afgebeeld van het Dromenlaantje in Bergen.

Emma had de kaart met zorg uitgekozen bij de sigarenzaak aan de overkant van de bakker, waar ze dagelijks het brood haalde voor de familie L. waar zij als inwonend dienstbode werkte.

Ze was na een vakantie van 10 dagen bij haar eigen stijf gereformeerde familie voor het tweede jaar weer terug in haar dienstbetrekking bij de familie L.

Tijdens haar vakantie had zij aan tafel honderduit gesproken over Bergen en over haar omgang met Joop, haar tijdelijke buurjongen.

Het was begonnen met een praatje in de steeg waar ze beiden woonden. Daarna kwamen ze elkaar tegen in het dorp. En een paar maanden geleden hadden zij met elkaar gedanst na een voorstelling van de katholieke toneelvereniging St. Jan. De familie L., katholiek net als hun buurjongen Joop, had kaarten gekocht om de vereniging te ondersteunen.

Na de dansavond volgde op haar vrije zondagmiddagen wandelingen in het bos van Bergen. Haar favoriete wandeling voerde langs het Dromenlaantje. De naam voelde voor haar romantisch en volstrekt passend. Het zonlicht speelde voortdurend door het uitbundige groen wat bij Emma een nog intenser geluksgevoel teweeg bracht.

Nadat de wandelingen toenamen en de omarmingen steviger droomden Emma en Joop over hun toekomst. Mooie dromen die geen grenzen kenden.

Maar och armen, het sterk verzuilde Nederland waarbij tussen twee geloven op één kussen de duivel sliep, maakte het hen niet makkelijk.

De familie Franken heeft zich lang verzet tegen de verkering van Emma en Joop. Uiteindelijk deed Joop belijdenis in het Witte Kerkje van de gereformeerde gemeente waardoor het gedroomde huwelijk alsnog kon plaatsvinden.

Vorige maand ontving ik, als kind van de familie L., een uitnodiging voor hun 60 jarig huwelijksfeest. Voordat ik naar de feestzaal ging, heb ik een mooie wandeling gemaakt door Bergen waarbij het Dromenlaantje niet ontbrak op mijn route.

Het badhuis

badhuis

Toen ik laatst aan het stomen was in mijn eigen badkamer dacht ik terug aan mijn eerste douchemoment.

Dat was in het badhuis van Bergen. Het werd bestierd door de familie Houtman. Dochter Dorien controleerde de kaartjes en vertelde wanneer je aan de beurt was. Cor, de zoon, regelde de zaken binnen. Hij zorgde er ondermeer voor dat je niet te lang onder de douche stond. Dat ging niet altijd even vriendelijk in mijn beleving. Ik was een beetje bang van hem.

In het begin werden wij begeleid door een oudere zus. Wij stonden dan met drie of vier kinderen tegelijk onder één van de douches van het badhuis.

De eerste keer dat ik alleen mocht, was een triomfmoment voor mij. Dat duurde helaas niet lang. Op de terugweg naar huis reed een auto langs door een plas. Het opspattende water besmeurde mijn blote benen (korte broeken tijd). Ik was bang dat ik op mijn donder zou krijgen omdat ik niet brandschoon terugkeerde. Gelukkig viel dit mee.

Het hele ritueel in het badhuis onderging ik als vernederend. De badhuizen waren nodig voor de gewone mensen die niet over een eigen douche beschikten. Op school werden de badhuiskaarten uitgereikt. Ik voelde me ten overstaan van al mijn klasgenoten wel een beetje te kijk staan wanneer ik als één van de weinigen weer eens een badhuiskaart nodig had.

Met de ontdekking van het aardgas en het inbouwen van badkamers, werden de badhuizen langzaam maar zeker overbodig. Ook wij kregen na een grote verbouwing uiteindelijk een eigen douche in huis.

Wij waren één van de laatsten.

Toch was het badhuis een betere oplossing dan de wekelijkse tobbe waar we vòòr onze smadelijke gang naar het badhuis in gewassen werden. Een zinken teil met warm water en sunlightzeep.

tobbe

Omdat ik één van de jongsten was zat ik in het badwater van mijn broers en zussen die mij voor waren gegaan. Soms werd er warm water uit de ketel van de kolenkachel bijgeschonken waardoor het wat aangenamer werd.

Schoner werden wij wel, al was dat maar één keer in de week.

Wil je reageren op dit bericht, scroll dan helemaal naar beneden. Wil je het bericht delen op je eigen site, gebruik dan één van de knoppen. Je kan het bericht ook waarderen door de sterren aan te klikken. Liken kan ook. Zie maar. Elke vorm van reageren wordt door mij hogelijk gewaardeerd.



sunlight

Softporno in de jaren zestig????

20140207-132737.jpg

Op dertienjarige leeftijd ben ik clandestien naar de ontzettend lange en saaie film Cleopatra gegaan. Met de zoon van de hoofdmeester van onze jongensschool. Ik durfde niet alleen.

Ja, Cleopatra. Met Elizabeth Taylor. Ze behaalde het wereldrecord voor de meest gedragen kostuums in 1 film. Ze droeg 65 verschillende kostuums waaronder haar Eva-kostuum. Voor dit laatste kostuum kwamen wij. Tien seconden lang haar blote borsten gezien. Noodgedwongen hebben wij ook drie uur naar Julius Caesar en Marcus Anthonius gekeken.

Al weken voordat de film vertoond zou worden in de filmzaal van de Rustende Jager had de spanning al bezit van mij genomen.

Zoals gebruikelijk werd de film aangekondigd in de fotokasten aan de buitenmuur van het etablissement aan het begin van de Breelaan. Ik fietste regelmatig langs deze kasten om te kijken welke films er vertoond zouden worden.

Meestal staarde ik gefascineerd naar de afbeeldingen van de andere werelden die daar voorgespiegeld werden. Het was voor mij echter niet weggelegd om daar deelgenoot van te worden.

Wij gingen meestal naar filmvoorstellingen in het St. Jansgebouw van de Katholieke Kerk. Daar werden op zondagmiddag stichtelijke of onschuldige films vertoond op een veelal haperende projector.

Maar, het was goedbedoeld kindervermaak. Kennelijk gaf dat op dertienjarige leeftijd geen volledige voldoening meer.

Van de fooien die ik kreeg voor het wegbrengen van boodschappen uit de kruidenierswinkel van mijn vader had ik al geruime tijd geld gespaard. Ik had genoeg geld om twee kaartjes te kunnen kopen voor Cleopatra.

CLE—O—PA—TRA, alleen de naam al had een onstuitbare aantrekkingskracht op mij.

Uiteraard betaalde ik het kaartje van de zoon van de hoofdmeester. Ik had hem immers overgehaald om met mij mee te gaan. Natuurlijk waren wij te jong. De filmkeuring was in die tijd nog veel strenger dan nu.

Het was nog maar de vraag of we binnengelaten zouden worden door de katholieke uitbater van het etablissement. Ik speculeerde er op dat het ons wel zou lukken. Ik had al vroeg begrepen dat als een moreel besef in conflict kwam met een financieel belang het laatste meestal de doorslag gaf.

Gelukkig was dit ook zo. En zo konden wij tien seconden lang ‘genieten’ van de blote borsten van Liz Taylor in de plaatselijke bioscoop van Bergen.

Het koninklijke mantelkind van Bergen

Photo

Dit is geen titel van een goedkoop romannetje. Het gaat hier om een verzwegen geschiedenis uit het dorp waar ik ben opgegroeid.

In mijn blog over ome Koos van 13 december 2013 maakte ik de observatie dat onze buren Ome Koos en tante Nel nogal verschilden van sociale achtergrond.

Dit heeft twee van mijn broers geïnspireerd tot een diepe zoektocht in de krochten van het internet.

Tot hun en mijn verrassing bleek onze deftige tante Nel het kleinkind te zijn van één van de tien mantelkinderen van koning Willem III.
Aan het hof werd hij ook wel koning Gorilla genoemd. Deze bijnaam had hij te danken aan het feit dat hij reeds op jonge leeftijd berucht was om de uitbundige wijze, waarop hij zijn vleselijke lusten bevredigde.

Vanaf zijn jeugd leidt Willem III  een liederlijk leven, uitsluitend gewijd aan Venus en Bacchus. In zijn eigen omgeving werd hij de grootste ploert van zijn rijk genoemd.

Eens kwam hij in aanraking met de Zwitserse politie wegens potloodventerij, ook maakte hij oorverdovende scènes in het openbaar en was vaak driftig, bars en uit zijn humeur. Hij was nier geliefd bij zijn volk.

Heel veel Nederlandse families, stammen af van koning Willem III.

Zo ook, nu blijkt uit het onderzoek van mijn broers onze eigen buurvrouw tante Nel.

In adellijke kringen sprak men nadrukkelijk niet van een bastaard maar noemde men deze ongelukjes “mantelkind”. De verklaring hiervoor is dat men de bastaard met “de mantel der liefde” bedekten.

Ik vind het ook veel mooier klinken dan bastaard, zeg nu zelf. Mantelkind, daar gaat ook een zekere bescherming vanuit.

Met de grootmoeder van onze tante Nel werd door het hof een regeling getroffen.

Na 3 maanden zwangerschap trouwde zij met een Bergense aannemer. Het mantelkind werd door de aannemer geëcht, waardoor het zijn achternaam kreeg.

Met dit gearrangeerde huwelijk waarbij vast ook nog wel een financiële overeenkomst hoorden, werd het geheel met de mantel der liefde bedekt.

Maar dat tante Nel iets deftigst, en naar we nu weten iets koninklijks over zich had, staat nu wel vast.

Het koninklijk mantelkind van Bergen is geen goedkoop romannetje maar een echt verhaal over een verzwegen geschiedenis uit het dorp waar ik ben opgegroeid.

Verantwoording; de informatie is verkregen uit openbare bronnen. De familie is inmiddels uitgestorven. Derhalve wordt de privacy van nog levende nazaten niet geschonden.